20111126

willem aarzelt niet

willem, ver weg in den vreemde,
heeft weer eens last van hevig heimwee.
hij zingt iedere week en in de weekeinden
in een dikwijls in opspraak zijnd,
maar evengoed uitstekend zingend koor,
en in de protserige uitdossing
van 17de-eeuwse slavenhandelaren.
maar hij hoort stemmen van elders.
daarbij komt dat zijn kleding
flink bezweet begint te geraken,
te stinken zelfs en dat staat hem
iedere dag een beetje meer tegen.
hij is ook niet in staat om de dagen
waarop hij niet deelneemt aan kooractiviteiten
zodanig te vullen dat hij zich kan verbeelden
dat hij een zinvol leven leidt.
en dan hebben we het nog niet eens
over de compaan waarmee hij dit avontuur
is begonnen, kort van memorie.
die heeft helemaal geen last van de stank, die ook
zijn kleding markeert, want hij mist reuk en smaak.
dat beïnvloedt zijn stem niet in het minst.
hij beschikt over een wonderbaarlijke bariton
en viert grote triomfen, oogst open doekjes en al
wat willem liever voor zichzelf zag weggelegd.
hij wordt op handen gedragen door de dirigent
en zelfs de andere solisten vereren hem,
terwijl willem zijn stemmetje meezingt
en door niemand de hemel in geprezen wordt.
zo staan de zaken ervoor als willem bij toeval,
-ach wat is toeval?- een vaderlandse krant
in handen krijgt, het jolkapellertje nog wel,
en daarin leest dat de kerstman leraren zoekt
om de zwarte pieten van sinterklaas
op te voeden tot zijn helpers.
willem wordt op slag nog sentimenteler
en nostalgischer dan hij ooit is geweest,
aarzelt geen dag en reist spoorslags af
naar jolkapelle, naar de boerin cyclaam.
die heeft nog steeds niets van haar echtgenoot
gehoord maar ontvangt willem met open armen
want ook zij kan wel wat hulp gebruiken
sinds niet alleen de boer maar ook maleis
met de noorderzon of engelenboot
vertrokken is.
willem wordt ruimhartig onthaald
 en dat doet hem goed.
hij solliciteert en wordt uitgenodigd.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten