20111110

111110 de vraag

de fotomentor is altijd omringd
door "de steunende zusteren".
dat zijn assistentes in witte gewaden
met verstilde glimlachen
die hem begeleiden en beschermen,
waarheen hij ook gaat, wie hij ook ontmoet.
ze bewaken hem met ijzeren vuist.
ze controleren al zijn doen en laten en
ze grijpen in als hij wordt gedwarsboomd
of als hij zelf zijn boekje te buiten gaat.
ze zitten zwijgend opkijkend naar hem
aan zijn voeten.
niets uit het publiek ontgaat hen ook.
ze luisteren een en al aandacht
naar leerlingen die menen
vragen te mogen stellen aan de mentor,
weten wanneer ze iets kunnen laten passeren
en waar onmiddellijk ingrijpen geboden is.
vandaag zien ze willem opstaan, vinger omhoog,
en naar hen kijkend weer gaan zitten.
maar niet iedereen laat zich afschrikken.
bijna tezelfdertijd stelt een andere leerling
de volgende vraag: "waarom wit?"
zowel de mentor als de zusteren
werpen een wenkbrauwenophalende
blik in de zaal: hoezo "waarom wit"?
wit is geen kleur dus
wat wordt hier bedoeld?
is de vragensteller iemand
die lichtjaren verder in zijn diepste
innerlijk is afgedaald
dan zij ooit zullen komen
of is het een dwaas die termen
helaas door elkaar haalt
vanwege hersenschorsletsel?
is het een grappenmaker of
een kritische geleerde, een ziener
of een clown?
de zusteren hun adem stokt en
ze zien willem
achter nabijgelegen gestruikte kruipen.
de mentor herneemt zich en perst eruit:
"bent u een zoon der duisternis?"
willem kan wel in de grond zakken
van plaatsvervangende schaamte.
waar is hij terecht gekomen?
de vragende leerling, waarin hij tot nu toe
niet zijn oude vriend maleis had herkend,
blijft even laconiek als altijd.
die had vroeger ook altijd van die opmerkingen,
waarvan je je afvroeg
uit welke krochten hij die
nou weer had opgegraven, terwijl hij
kalmpjes de moestuin schoffelde.
de verontruste mentor vraagt nog eens:
"wie bent u?"
maleis haalt zijn handen
uit zijn zakken, loopt op willem af,
trekt die te voorschijn,
slaat een arm om hem heen, zegt:
"kom willem, ik ruik zout."
en leidt hem teder weg.
de andere pupillen worden
tegengehouden door de zusteren
en er zijn broodjes, er is water,
er heerst een drukkend stilzwijgen
terwijl iedereen willem en maleis
aan de horizon ziet verdwijnen.
dan steekt een hevige storm op.
die waait de zusteren wapperend
naar binnen, de mentor tracht
zijn toestellen te redden.
de leerlingen ontsnappen en rennen
willem en maleis achterna,
die nog steeds spoorloos zijn.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten