20111126

brocante neemt de leiding

aan willem wordt het lesblok
"kerstballen breien" toevertrouwd.
dat wil zeggen: de theorie,
want hij kan nog geen breinaald
van een satéstokje onderscheiden.
daarvoor heeft hij brocante als co-docent
toegewezen gekregen.
hij vindt het een merkwaardige keuze
van de kerstman maar hoedt zich voorlopig
voor iedere vorm van vragen stellen of commentaar.
hij vermoedt dat sinterklaas erachter zit
en wacht af, terwijl hij doet wat hij kan.
brocante heeft een hekel aan theorie
en stelt voor om meteen de koe bij de hoorns te grijpen.
ze schrijft een speurtocht uit voor de leerlingen.
die worden op zoek gestuurd naar oude breinaalden,
bolletjes wol, antieke naaldenkokers,
-kokers voor haaknaalden
zijn ook van harte welkom- en marmeren kerstballen,
want die zijn momenteel erg
in trek in haar winkel, brengen schatten op.
willem geeft de dag voor de excursie
een korte motivatieles.
dat is de afspraak tenminste,
eenzijdig en nonchalant door brocante verordonneerd.
hij wil niet meteen moeilijk doen en ligt zodoende
de hele nacht te piekeren over hoe hij
het voor elkaar kan krijgen om in één keer
een onsterfelijke indruk te maken op zijn
voormalige spaanse collega's, die toch al
de neiging hebben hem een beetje lacherig te bejegenen.
wat moet hij zeggen, hoe wast hij dit varkentje?
heeft hij te hoog gegrepen?
was wiese walla er nog maar...
om 5 uur in de ochtend
bezoekt hij haar graf,
voelt zich weer de enige echte vondeling,
vindt inspiratie in het bosje
plastic bloemen dat haar graf nog siert.
hij merkt duidelijk dat ze hem
daarmee iets wil duidelijk maken.
hij heeft het daar zelf gepoot, gelooft hij,
en wiese walla heeft het aanvaard.
ze spreekt erdoor tot hem.
hij voelt dat:
"zulke dingen voel je,"
mompelt hij terwijl hij zich bukt
 om haar beter te verstaan
en de gele bloem even aan te raken.

de pietenmeesters

willem en brocante worden,
naast nog een drietal andere kandidaten,
uitverkoren om lessen te gaan geven
aan de zwarte pieten, ze aan te passen
aan de werkwijze van de kerstman,
met als belangrijk doel
de leutigheid van hem over te nemen,
zodat hij zich zelf geheel kan wijden
aan onbekommerd mennen van het rendier
en oefenen in het meegeven
van een strengere en kalmerender uitstraling
aan zijn johogeroep.
of zou hij dat ook aan hen moeten overlaten?
nee nee een kerstman zegt joho!
verder moeten de pieten praktische zaken
worden bijgebracht die verschillen
van wat  bij sinterklaas
van ze verwacht wordt.
er kan geen sprake zijn van een roe of zak,
ze moeten leren omgaan met het rendier,
kerstbomen leren sjouwen, het verschil
kennen tussen ballen en pieken, en
de materialen waarvan die gemaakt worden,
zelf kerstboomversieringen rijgen,
de betekenis van een kerststal begrijpen,
de namen van de drie koningen kennen,
de uitstraling van de ster kunnen verklaren,
weten waar betlehem ligt, zich de kunst eigen maken
van het verstoppen van grote kado's in sokken,
in plaats van in de vertrouwde schoenen,
de romantiek van de discussie rond elektrische
en echte kaarsen snappen,
en natuurlijk binnenbrandjes blussen,
ook op het gebied
van familievetes en kerstdiners.
de leraren gebruiken de rest van de zomer
en een deel van de herfst om
allereerst met elkaar op één lijn te komen,
waarna onmiddellijk de pieten overkomen
en de instrukties kunnen beginnen,
allereerst ook weer met het saamhorigheidsgevoel,
dat nogal eens ontbreekt bij zwarte pieten,
-zoals willem aan den lijve  heeft moeten ervaren-
te versterken en ze te leren omgaan
met diverse opvattingen, niet alleen van henzelf,
betreffende de verschillen tussen
de kerstman en sinterklaas.
ze mogen nooit in gewetensnood komen of polariseren.
voor deze taak ziet willem zich gesteld,
trots zeker, maar ook...kàn hij dit wel?

de goedheiligmannen

de oproep van de kerstman
heeft na de achtste selectieronde
17 zwartepietendocenten-in-spe opgeleverd.
deze zijn allemaal uitgenodigd in
het hoge noorden om de kerstman
en sinterklaas, die de zomer doorbrengt
bij zijn wat profanere collega,
te overtuigen van hun talenten.
de beide heren maken er een gezellige tijd van
en kunnen er niet genoeg van krijgen
om de sollicitanten het vuur
na aan de schenen te leggen met vragen als:
"waarom zouden we juist u kiezen?"
"wat hebt u wat een ander niet heeft?"
"wie denkt u wel dat u bent?"
"eet u paardenvlees?"
"gelooft u in sinterklaas?"
"heeft een arrenslee ook wielen?"
terwijl ze elkaar aftroeven met het trekken
van de meest serieuze gezichten
als ze de antwoorden beluisteren.
verder worden de kandidaten onderworpen aan
"melodieuze stemcontrole", inlevend vermogen,
hardrenconcoursen, slapeloosheidsbeproevingen en,
 ook al met veel plezier door de sinten samen afgenomen,
gehoorzaamheidstests.
hierbij komt duidelijk naar voren
dat de sint niets hoeft te zeggen
om al bij voorbaat gehoorzaamd en bejaknikt
te worden, terwijl blijkt dat de,
eveneens om zijn wijsheid bekendstaande kerstman,
opmerkelijk veel last heeft van zijn joho-stopwoord.
dat maakt een onprofessionele, joviale indruk,
waardoor de kandidaten afgeleid worden.
sinterklaas permitteert zich zelfs de grap
dat de kerstman maar eens mee moet naar spanje
om daar de kneepjes van het ondernemerschap
bijgebracht te krijgen, hetgeen de sfeer
tussen de beide heren even een dagje verstoort.
het wordt opgelost door de kerstman zelf
die na een korte periode van terugtrekking
op de sint afkomt met de mededeling
dat hij na de kandidatenkeuze graag
een paar weken meegaat naar spanje.
daar heeft de sint niet van terug en zo
staan ze helemaal quitte en kunnen ze zich
weer concentreren op de kandidaten.

willem aarzelt niet

willem, ver weg in den vreemde,
heeft weer eens last van hevig heimwee.
hij zingt iedere week en in de weekeinden
in een dikwijls in opspraak zijnd,
maar evengoed uitstekend zingend koor,
en in de protserige uitdossing
van 17de-eeuwse slavenhandelaren.
maar hij hoort stemmen van elders.
daarbij komt dat zijn kleding
flink bezweet begint te geraken,
te stinken zelfs en dat staat hem
iedere dag een beetje meer tegen.
hij is ook niet in staat om de dagen
waarop hij niet deelneemt aan kooractiviteiten
zodanig te vullen dat hij zich kan verbeelden
dat hij een zinvol leven leidt.
en dan hebben we het nog niet eens
over de compaan waarmee hij dit avontuur
is begonnen, kort van memorie.
die heeft helemaal geen last van de stank, die ook
zijn kleding markeert, want hij mist reuk en smaak.
dat beïnvloedt zijn stem niet in het minst.
hij beschikt over een wonderbaarlijke bariton
en viert grote triomfen, oogst open doekjes en al
wat willem liever voor zichzelf zag weggelegd.
hij wordt op handen gedragen door de dirigent
en zelfs de andere solisten vereren hem,
terwijl willem zijn stemmetje meezingt
en door niemand de hemel in geprezen wordt.
zo staan de zaken ervoor als willem bij toeval,
-ach wat is toeval?- een vaderlandse krant
in handen krijgt, het jolkapellertje nog wel,
en daarin leest dat de kerstman leraren zoekt
om de zwarte pieten van sinterklaas
op te voeden tot zijn helpers.
willem wordt op slag nog sentimenteler
en nostalgischer dan hij ooit is geweest,
aarzelt geen dag en reist spoorslags af
naar jolkapelle, naar de boerin cyclaam.
die heeft nog steeds niets van haar echtgenoot
gehoord maar ontvangt willem met open armen
want ook zij kan wel wat hulp gebruiken
sinds niet alleen de boer maar ook maleis
met de noorderzon of engelenboot
vertrokken is.
willem wordt ruimhartig onthaald
 en dat doet hem goed.
hij solliciteert en wordt uitgenodigd.

20111125

sint en de kerstman

zoals alom bekend kunnen sinterklaas en de kerstman
uitstekend met elkaar overweg.
ze beperken zich niet slechts tot een groet
bij het elkaar jaarlijks passeren,
maar nemen met genoegen de gelegenheid te baat
om oude herinneringen op te halen,
en na gedane arbeid aan het eind van het jaar
bespreken ze hun ervaringen, hun dieren,
de stemming in het land, hun kwalen en sint's personeel.
de kerstman was tot op heden blij
dat hij geen zorgen had
over ondergeschikten of medewerkers,
ook al staat hij er al eeuwen alleen voor.
hij moet altijd zowel de wijze betweter spelen
als ook de rol van joviale johoroeper vervullen.
sint denkt vaak bij zichzelve:
"je zou het je ergste vijand niet gunnen!"
als hij weer eens in verlegenheid wordt gebracht
door baldadige en springerige pietenstreken.
ze nemen hem weliswaar veel uit handen
in december, maar de rest van het jaar
voelt hij zich meer een therapeut dan een alleenheerser.
toen hij vorig jaar zijn hart eens uitstortte
bij zijn oude collega, opperde die plots
dat hij ze best een tijdje zou willen overnemen.
ze sloegen spijkers met koppen en spraken af dat,
als de pieten ermee instemden, ze in de zomer
enkele weken op een geheime lokatie
zouden worden bijgeschoold, zodat ze
na de drukke sinterklaastijd,
gevolgd door een week op hun lauweren rusten,
de kerstman konden bijstaan.
de pieten vonden het zonder uitzondering
allemaal leuk en verfrissend en spannend.
 zo werd vastgelegd dat ze vanaf eind juli
in en rond de beroemde stallen van cyclaam
 zouden worden klaargestoomd tot
tijdelijke helpers van de grote johoman.


20111118

volmaakt geboren

"ouders zijn dus eigenlijk
een soort moordenaars
van hun eigen kind.
ze zetten het volmaakt ter wereld
en beginnen meteen het te veranderen.
dat heet opvoeding.
zei hij dat? "
vraagt de freule.
ze bespreekt de turbulente eerste les
van de fotomentor met cyclaam
en tolma, die erbij waren.
met deze duidelijke samenvatting
breekt ze hen de bekken open.
tolma wil nog wel enigermate afstandelijk
en er bovenstaand proberen te zijn,
maar als cyclaam,
ongehinderd door verder inzicht
en verstand van zaken als opvoeding,
roept: "hij heeft mijn man gestolen!"
slaan ook bij haar de stoppen door,
want verdachtmakingen en beschuldigingen
werken altijd op de onderbuik.
en daarin zit de shit.
waarom denkt cyclaam dat de boer
met de engelen verdwenen is
vanwege de fotomentor?
daarover en over wat haar blijkbaar
nog meer is ontgaan,
piekert de freule later door.

de hoofdrol

natuurlijk is het wong zelf
die uitverkoren is
om de hoofdrol te vertolken
in de film over een eenvoudige Struyckse knaap
die met lef en ongedwongenheid
zijn weg omhoog vindt
in de avontuurlijke wereld
van de journalistiek en die
en passant de harten van  alle medespelers
evenals de harten van de kijkers verovert.
het gaat er niet om dat hij tegenstanders verslaat,
daar verlies je alleen maar lezers, modellen mee:
het is de kunst ze aan je zijde te scharen
zodat je altijd een natuurlijke ladder
bij je hebt, waarop je je kunt verheffen
om over de schutting te kijken,
want de meest intrigerende reportages
worden toch gemaakt terwijl de hoofdfiguren
zich op hun gemak en onbespied wanen.
wong weet van netwerken,
van bemoedigen en ontkrachten, en de film
zit al helemaal in zijn hoofd.
er is alleen één moeilijkheid:
hoe komt hij aan de jonge wong?
omdat hij uiteraard niet duldt
dat een andere acteur hem overvleugelt,
maar ook omdat hij zijn levensverhaal
niet, zij het deels,  wil laten vertolken
door een ongetalenteerde sukkel,
moet hij trucs gaan bedenken.
hij neemt zijn toevlucht tot
een zeer geavanceerd bewerkingsprogramma,
waarmee hij beelden kan manipuleren, vermageren,
ontrimpelen, opvullen, verfletsen en versnellen.
dat gaat allemaal aardig maar hij ziet zelf ook wel
dat zijn gang, zijn houding, zijn motoriek
niet meer van gisteren zijn.
wat oh wat te doen?

diva's

zo kabbelt de fotoclub voort
totdat wong opeens met zijn
regisseurs- en filmersplannen
te voorschijn treedt en iedereen
het gevoel geeft dat hij zich bezint
op wie hij de hoofdrol laat spelen.
hij laat zich er niet over uit
en houdt zich voorlopig bezig met
het uitproberen van zijn toestel onder
lastige omstandigheden.
de beelden op de monitor zien er vaak
helder en kleurig uit maar
bij afdrukken valt dat tegen.
te grof van korrel, te blauw,
verkeerde schaduwen, zon tegen,
te onnatuurlijk, wolken verdwenen
en zo maar door.
hij maakt echter
van ieder vrouwelijk lid
een vleiende reportage.
de dames dossen zich uit voor hem,
dragen meer leggings, kousen zelfs,
voyante shawls, hoedjes, pruiken,
veranderen hun kapsels, laten
hun oogleden optrekken, hun rimpels dichtspuiten,
hun wenkbrauwen bijkleuren,
lachen als hij grappen maakt,
zwaaien op de brug bij groepsfoto's,
die hij strak dirigeert.
af en toe laat hij de term "Hollywood" vallen
om de dames aan te moedigen, die echter
totaal geen aanmoediging van node hebben.
maar toch is hun lach warmer, tonen ze
of bedekken ze hun tanden bewuster,
uiten ze zich wat joliger, zwieren ze
wat meer vanuit de heupen,
zonder, vreemd genoeg,
ook maar in het minst te vervallen
in enige vorm van jaloezie.
niet dat wat niet getoond wordt
niet aanwezig kan zijn, maar hoe dan ook
het is goed toeven zo, en britty
moedigt met intieme gesprekjes,
met mensenkennis en empathie,
de zusterliefde aan.

het toestel

"het zit zo,"
oreert wong,
gezellig neergevlijd op een ronde bank
in het zinkend schip, voeten bij open haard.
hij heeft een nieuw toestel weten te bemachtigen
voor een kwart van de prijs
-vraag me niet hoe dat kan.  laten we maar
aannemen dat wong diverse contacten heeft-
"het is heel geavanceerd en
het heeft zoveel slimme functies
dat ik voorlopig moet experimenteren op jullie."
hij heeft nu in zijn eentje
al 5 avonden, middagen
en zelfs ochtenden zoekgebracht
met uitproberen aan de hand van zijn ervaring,
want er zat geen handleiding bij
en ook de naam van het toestel is onzichtbaar.
gelukkig wordt het langzaamaan winter,
de tuin is op orde, dus hij kan
alle aandacht wijden aan zijn toestel.
hij heeft ontdekt dat hij
er 5 minuten mee kan filmen en nu
is hij naarstig op zoek naar een batterij-oplader
want die zat er ook niet bij voor die prijs.
"dat is allemaal niet eenvoudig
als je het merk niet weet.
maar kijk even naar mijn filmpje
over de indische avond met prachtige..."
jajaja, wong dat weten we nou wel.

20111110

111110 de ansichtkaart

voor het raam van de sieradenwinkel,
waar de freule menig droomuurtje doorbrengt,
ontdekt ze een recente ansichtkaart
uit een verre havenstad
gericht aan de bevolking van jolkapelle
met hartelijke groeten van willem en maleis.
ze loopt de winkel in en ziet
dat het een foto is van een shantikoor
in zeer ongebruikelijke kleding,
dat zo te zien luid en uitbundig zingt.
twee van de met pruiken bedekte koppen
zijn met een pen omkringd.
de freule herkent willem en maleis
ondanks hun zeventiende-eeuwse regentenkleding,
hun gekrulde pruiken en hun snorren.
ze dragen hooggesloten donkere mantels
met kantwerk erbovenuit aan de hals
en ze gooien juist op dat moment
baldadig hun zwarte hoeden in de lucht.
het koor staat op een oud zeilschip,
enkele eeuwen geleden gebruikt
om slaven mee te vervoeren,
dat de naam draagt van een omstreden
slavenjong dat is verwesterst,
namelijk Jacobus Capitein.
het koor noemt zich De Zeeuwen
en is zich van geen kwaad,
door verre voorvaderen bedreven, bewust.
  in tegendeel iedereen kijkt heel trots
en met een blik van "had je wat?"
en overal straalt het shantiplezier vanaf.
alleen daarom al herkent de freule
de vermiste mannen slechts met moeite.
ze dragen prachtige kousen die hun kuiten
onverhuld tonen, en hun schoenen
met gespen en strikken glanzen
de verbijsterde freule tegemoet.
ze weet niet wat ze hiervan moet denken
en slentert heel afwezig huiswaarts,
waar ze besprongen wordt door jeanne,
die er ongepoederd, ongekamd, wild uitziet.
ze wendt OI-doofheid voor
- ze weet hoe dat moet- en schrijft
haar indrukken op om ze later in de middag
te bespreken in het zinkend schip
met de vaste bezoekers op maandagmiddag.

111110jolkapelle en het heelal

"eigenlijk gebeurt er nooit wat
in jolkapelle aan de sloot.
en dat is altijd een heel gedoe:
alles stroomt, niets beklijft
en al dobberend en kabbelend
vinden wereldwonderen plaats
alsof het niets is.
terwijl in het heelal de hitte stijgt,
stofwolken van sterrengruis samenklonteren,
inklinken, ontploffen, terwijl
stervende sterren zwarte gaten achterlaten
heel wat groter dan ooit
een jolkapeller kan bevroeden,
worden er daar plannen beraamd,
gebouwen gesloopt, akkers geploegd,
en wordt erop los gezwetst alsof de eeuwigheid
nog wel even op zich zal laten wachten.
filosofen komen op en gaan onder
laten licht achter, verbijstering en
voornamelijk onverschilligheid,
want er is gewoon werk aan de winkel:
de vijver moet geschoond,
het hooi gebundeld en dan blijft de vraag:
waar zijn alle vermisten gebleven?"

zo luidt een hoofdredactioneel artikel
deze week in het jolkapellertje.
het eindigt met de oproep
om niet te vergeten, om terughoudend
te zijn tegen vreemdelingen,
met name doorzichtige types te mijden
en zonder ophouden te blijven uitkijken
naar misschien wel engelachtige ontvoerders. 

de naturisten
de laatste decennia is er 
een wildgroei ontstaan aan goeroes die hun volgelingen 
wat willen oppeppen, die leerlingen zoeken
die een steuntje in de rug nodig hebben
teneinde de lasten des bestaans
te leren omdopen tot levenslust.
sommigen van hen zweren als vanouds
bij eenvoud en terug naar de natuur,
zoals de ouden dat in de loop
der eeuwen praktiseerden
in hun eenzame-hutjesgemeenschappen
op de hei of in bos en veld.
dat een opeenhoping van idealisten veelal
-zeg maar:immer!- uitloopt
op allerlei vreselijke,
-en aangeboren voor de overleving
van iedere soort,
zeg maar gewoon noodzakelijke,
gevechten, spreekt achteraf voor zich.
ondanks de historische overvloed
aan tragische misverstanden,
jaloerse geschiedenissen,
mislukkingen, uit de hand gelopen tweegevechten,
spreekt, altijd achteraf gezien, voor zich.
ondanks de historie, die aan belangstelling inboet
vergeleken met de brandende drang van het heden,
poppen de verloren idealen
van veel vergane voorgangers
bij tijd en wijle weer op
in nieuwe jasjes, of juist ook zonder.
want ook het afleggen van wat
met name ook een prachtvermomming
is gebleken voor niet zo geslaagde
of zich niet mooi groot sterk genoeg wanende
types, is een serieus ideaal
van voornamelijk manlijke leiderstypen.
vrouwen geven vaak de voorkeur
aan gedeeltelijke vermommingen 
of accentueringen, die ook
wat oogstrelender zijn voor alle geslachten.

111110 de vraag

de fotomentor is altijd omringd
door "de steunende zusteren".
dat zijn assistentes in witte gewaden
met verstilde glimlachen
die hem begeleiden en beschermen,
waarheen hij ook gaat, wie hij ook ontmoet.
ze bewaken hem met ijzeren vuist.
ze controleren al zijn doen en laten en
ze grijpen in als hij wordt gedwarsboomd
of als hij zelf zijn boekje te buiten gaat.
ze zitten zwijgend opkijkend naar hem
aan zijn voeten.
niets uit het publiek ontgaat hen ook.
ze luisteren een en al aandacht
naar leerlingen die menen
vragen te mogen stellen aan de mentor,
weten wanneer ze iets kunnen laten passeren
en waar onmiddellijk ingrijpen geboden is.
vandaag zien ze willem opstaan, vinger omhoog,
en naar hen kijkend weer gaan zitten.
maar niet iedereen laat zich afschrikken.
bijna tezelfdertijd stelt een andere leerling
de volgende vraag: "waarom wit?"
zowel de mentor als de zusteren
werpen een wenkbrauwenophalende
blik in de zaal: hoezo "waarom wit"?
wit is geen kleur dus
wat wordt hier bedoeld?
is de vragensteller iemand
die lichtjaren verder in zijn diepste
innerlijk is afgedaald
dan zij ooit zullen komen
of is het een dwaas die termen
helaas door elkaar haalt
vanwege hersenschorsletsel?
is het een grappenmaker of
een kritische geleerde, een ziener
of een clown?
de zusteren hun adem stokt en
ze zien willem
achter nabijgelegen gestruikte kruipen.
de mentor herneemt zich en perst eruit:
"bent u een zoon der duisternis?"
willem kan wel in de grond zakken
van plaatsvervangende schaamte.
waar is hij terecht gekomen?
de vragende leerling, waarin hij tot nu toe
niet zijn oude vriend maleis had herkend,
blijft even laconiek als altijd.
die had vroeger ook altijd van die opmerkingen,
waarvan je je afvroeg
uit welke krochten hij die
nou weer had opgegraven, terwijl hij
kalmpjes de moestuin schoffelde.
de verontruste mentor vraagt nog eens:
"wie bent u?"
maleis haalt zijn handen
uit zijn zakken, loopt op willem af,
trekt die te voorschijn,
slaat een arm om hem heen, zegt:
"kom willem, ik ruik zout."
en leidt hem teder weg.
de andere pupillen worden
tegengehouden door de zusteren
en er zijn broodjes, er is water,
er heerst een drukkend stilzwijgen
terwijl iedereen willem en maleis
aan de horizon ziet verdwijnen.
dan steekt een hevige storm op.
die waait de zusteren wapperend
naar binnen, de mentor tracht
zijn toestellen te redden.
de leerlingen ontsnappen en rennen
willem en maleis achterna,
die nog steeds spoorloos zijn.

20111109

willem op les

willem wil alles beter kunnen
en van iedereen valt wel iets te leren.
daarom meldt hij zich nu hier dan daar
voor lessen in leven en zien,
in voelen en horen, in proeven
en belichten, in wegcijferen
en voor jezelf opkomen.
ditmaal heeft hij een goeroe opgedoken
die zich "fotomentor" noemt.
zijn onderneming heet
"fotomentoraat bijna-wong".
hij begint de eerste lessen
met de filosofische achtergronden
van het leven
in het algemeen en dat van
een fotofilosoof in het bijzonder.
het zit namelijk zo:
-zo moeilijk is het allemaal niet!-
de mens is volmaakt van zichzelf,
hij wordt perfect op aarde afgeleverd
want al wat god doet is wèl gedaan.
maar dan heb je opeens de boze wereld,
waarin Hij dus toestaat
dat zijn volmaakten terechtkomen,
met zijn ouders, broers,
opvoeders en andere verpesters,
die niets anders voor ogen hebben
dan het aanpassen van de boreling
aan uit de grond gestampte fatsoensregels.
daardoor raakt het kind, de mens,
het kind in iedere mens,
helemaal verward en bedorven.
het gaat erom die puurheid
van voor de geboorte te heroveren,
weer te worden zoals god je heeft bedoeld.
als willem een vraag in zich
voelt opborrelen
 slaat hij die meedogenloos neer.
andere leerlingen zijn niet zo schuchter
en weldra staat de hele klas op stelten.
hoe dit afloopt komt later.

zwart-witte wanny

wanny houdt van extremen
de grijzen zijn haar een gruwel
ze zoekt tegenstellingen
denkt in links en rechts
in "wie niet voor mij is
is tegen mij" en "de lauwen
die spuw ik uit". ze zoekt
uiterste consequenties en al
wat naar compromissen riekt
is haar een doorn in het oog,
beschouwt ze als vervlakking.
ze zet aan, ze overdrijft, ze denkt
tot de rand, ze riskeert dat ze
erover valt, erbij neer ook.
ze kan geen genoegen nemen
met een vriendelijk woord
tot ze het achterste
van de tong heeft geproefd.
ze zwoegt joelend tegen de storm in,
loopt heilige huisjes omver,
springt in de sloot om een kever te redden,
huilt bij het afscheid van de trekvogels.
ze lijdt onder haar ijzeren consequentie
en haar keiharde indelingen.
ze vereenzaamt waar je bijstaat.

111109 niet zwart-wit

wong mag dan wel
een eersteklas fotofilosoof zijn
aan zwart-wit heeft hij een broertje dood.
"zwart-wit is te hard,"
zegt hij "te recht voor zijn raap,
te goed of fout, te recht of krom.
ik houd van de nuances,
de grijzen, het grauw,
de kleuren, het spel van strakke
met vage contouren,
van afstand nemen, niet zo
scherp, niet zo fel.
ik houd van kwinkslagen en
het sparen van zowel de kool
als de geit.
daar word ik wijzer van.
je vangt vliegen met stroop.
goed, goed het zijn maar vliegen
maar wat moet ik met adelaars?
ik ben geen mof!
ik hou van soep, van
gezelligheid en dan kun je
alles niet zo indelen
in zwart en wit en links
en rechts en goed en kwaad,
boven en beneden. dan doe je
water bij de wijn
en maak je van een mug
geen olifant, dan begin je niet
aan veelzeggende portretten.
dan behandel je vrouwen met zachtheid
dan zorg je dat er afstand blijft,
dat je object zich niet
al te duidelijk kan herkennen,
je rondt de scherpe kantjes
een beetje af, je blurt
rimpels weg en probeert vooral
je modellen blij te maken
met geromantiseerde foto's,
waarin ze inderdaad
wat op elkaar lijken, dat wel:
maar is niet iedere vrouw
in wezen een schattig oosters meisje?"

20111107

111105 laatste bericht

en dan is er eindelijk de verjaardag van vita.
de eerste die echt gevierd wordt.
er is een speeltuin afgehuurd:
feest voor de kinderen ook van vrienden
en kennissen en buren.
ze hebben hun ouders allemaal meegebracht.
die kijken bezorgd, zijn trots, tonen en knikken,
excuseren en begrijpen, genieten van het mooie weer,
 maken een praatje met elkaar.
sommigen proberen ook wat mee te spelen.
wiekeloe is helemaal in zijn element
op het water met vlot en beestjes en schepnet
onderwijzend en zorgzaam
net als padieloe die voor iedereen
 suikerbrood smeert, koffie maakt
en achter de schermen doet
wat gedaan moet worden, alles overziet;
madieleid verwelkomt iedereen
en praat met vriendinnen
-ze  noemt er een "liefie" en "schatje" -;
oma carla, oma josje en wanny
zien maar spreken de kinderen niet;
opaloe is met zijn fietsgroep op stap;
omeluuk wordt gekapitteld door omajosje
over tekenen van zijn verblijf in sussac:
hij heeft niet alleen een verborgen kraan
laten openstaan waardoor ik geloof wel
honderdduizend liter water is weggestroomd,
maar ook heeft hij een flesje tomatenketchup
laten staan, een potje mosterd, een tube mayonaise,
een nietapparaat, een pakje pleisters
en meer van dat spul.
omajosje heeft het allemaal in een zakje gestopt
zodat hij het alsnog mee kan nemen.
we krijgen allemaal een zak walnoten van haar.
een gesprekje met xander over of de ziel van een indiaan
verloren gaat als je hem fotografeert
levert wanny het woord "geprazel" op.
vita loopt wezenloos rond en wil met
de meeste bezoekers niets te maken hebben,
niet aantreden, geen kado's het is
allemaal te veel voor haar.
ze wil gewoon spelen en met rust
gelaten worden.
madieleid heeft haar eerder die week
meegenomen naar een speelgoedwinkel
om wat dingeltjes aan te wijzen
die ze voor haar verjaardag zou willen krijgen.
"daar kwam nix uit." vertelt padieloe,
die zijn knie zwaar verrekt op een speelapparaat.
maria is met een, blijkt de volgende dag,
dubbele longontsteking thuisgebleven.
voor ze naar de huisarts ging werd
het oog van omeluuk bijna uitgekrabd
door celsus zodat die zich ook onder behandeling
moest stellen. -goed afgelopen.-
verder kwam er aan het eind een vreemde vrouw
met twee meisjes naar madieleid toe.
de meisjes hadden van de smarties gesnoept
die op de tafel stonden en nu moesten ze
aan madieleid hun excuses aanbieden.
madieleid deed er heel nonchalant over van
"oh dat geeft niet hoor. jullie mochten ook
best een pakje."
de vrouw ging met de kinderen heen en madieleid
ontplofte bijna van boosheid
omdat de kinderen zo publiekelijk
werden vernederd.
de drie keren dat wanny iets tegen vita zegt
of een poging doet om een kado aan te bieden
draait ze zich om en loopt weg.
wanny fotografeert, registreert, praat wat
met de vrienden, de andere oma's,
ziet veel te veel en gaat opgelucht,
 kado's nog in de tas, met omeluuk
naar huis om
haar verwachtingen ernstig bij te stellen.

wanny en jeanne

"jullie moeten dat kind nodig eens voorlichten!"
shockeerde ze haar ouders,
doelend op haar een jaar jongere zuster.
haar ouders gingen van het principe uit:
je voedt de eerste goed op
en die doet dan de rest vanzelf.
mooi niet, mompelt ze.
voorlichten dat is vertellen hoe kinderen
worden gemaakt, voorkomen en geboren.
waarom licht ze zelf haar zuster niet in dan?
omdat ze het een dom achterlijk wicht vindt
dat zich bezighoudt met zaken waar zij ver boven staat.
zij heeft geen behoefte aan voorlichting.
ze wil er niets mee te maken hebben.
dat gedoe is goed voor halve garen
die nix anders aan hun hoofd hebben
dan het leven van alledag.
daar spuugt ze op.
"je hebt nu nog een lief gezichtje,"
bemoeit jeanne basewitsch zich met haar:
"maar je moet uitkijken dat er zich
geen sarcastische trekjes op vastzetten."
de geur in jeanne haar kamer is niet te verdragen
en ze zit zich ook nog eens te bestuiven
met stinkende losse poeder
die vastkoekt op haar grote, vlezige gezicht.
ze heeft juist de restanten van haar wenkbrauwen
zo goed en zo kwaad als ze zien kan
weggeschoren en daarvoor in de plaats,
en twee cm hoger, zwarte strepen getrokken
die op rudimentair getekende
heel sippe mondjes lijken, want ze probeert
nog steeds op zarah leander te lijken.
haar lippen kleurt ze om het kwartier
met een kersenrode stift die losse
klonters achterlaat, naar haar kin afzakkend
zodat haar mond het aanzien heeft van
een krater met veel lava eromheen.
wie zou daar geen
sarcastische trekjes van krijgen?

20111103

jeanne basewitsch

enkele dagen na het etentje
-de freule controleert juist of de takkenwal
niet teveel doorzicht biedt aan zekere
van harte onwelkome bezoekster-
hoort ze gedreun alsof er
een olifant komt aankuieren
en het geruis van vele gewaden.
dan gaat het hek zomaar open
en daar strompelt jeanne welgemoed
de tuin in zonder in het minst acht te slaan
op waarschuwingsborden en afschrikteksten.
ze heeft een wagentje bij zich
dat ze voor zich uit duwt door het gras
en ze roept meteen dat ze de poeet gaat vragen
of hij per direct een verhard pad wil aanleggen
"want zo is het geen doen."
het wagentje is beladen met beschimmelde boeken
en lavendel, die met wortel en takjes
de grond lijkt te zijn uitgetrokken:
"want daar krijg ik hoofdpijn van
en ik kom je bedanken voor de gezellige avond.
 ik heb ook wat klimopplanten meegebracht
om je huis mee te versieren en heul te bieden
aan allemaal kleine vogeltjes zodat ze
vlakbij de voedertafel kunnen wonen
en die meeuwen niet alles wegpikken
en overal in het rond schijten, maar eh
wat heb je daar nou toch voor een hek gemaakt?
dat is helemaal fout en ik
kan het weten want ik heb ervoor gestudeerd
en ik zeg je dit: een afscheiding van de mensen
dat is een afscheid van de wereld.
je denkt dat je de zon tegenhoudt
maar je belemmert je vrije blik,
je beperkt je zienswijze je verpest mijn uitzicht
dus ik help je wel even met aanwijzingen
over het afbreken van die takkenmuur
want ik ben dol op vogels
en zou je me eindelijk niet eens een stoel aanbieden
want de poeet heeft twee katten
en als die nou alleen meeuwen aten en ratten...
jij begrijpt toch hoop ik wel
dat je die niet mag voeren
want dan vermenigvuldigen ze zich.
ik niet ik kan eten wat ik wil
maar van vermenigvuldiging geen sprake
ook al tel ik voor drie, dus laten we
gezellig wat drinken heb je cacao in huis
of iets sterkers en zijn er nog koekjes
want die kun je beter niet strooien
in verband met dat ik erg ziek ben
en weg met de meeuwen die belemmeren
mijn etenslust. dus ik praat
er niet over en je moet me even
een glas water aanreiken voor mijn pillen
en die lavendel moet meteen de grond in,
de klimop ook en dan die takken weg
dus geef mij maar die stoel daar
en doe jij dat even terwijl ik
je vertel hoe het leven in mekaar zit
want daar weet ik alles van
vanwege mijn levenservaring en omdat ik
ernstig ziek ben en daar niet over wil praten.
nee dat is geen goede stoel
heb je niets beters oh kijk uit
dat je me niet in mijn oog
steekt met die riek en je stoot
me bijna om dus pas op want
dan kun je meteen de ambulance laten komen.
jaja die jongens daar heb ik het niet over
die geven me hun armen en oh
zijn de koekjes ook op
ach wat ongastvrij nou toch
we moeten meteen nieuwe kopen.
die boeken wou ik hier verbranden
maar dat kan wachten tot je
de takkenhaag hebt afgebroken.
 ik heb nog meer te doen
en jij al helemaal dus tot vanmiddag.
kom me dan maar halen dan lopen we
rustigaan naar de bakker en het dorpshuis
zodat je me daar kunt introduceren."