weldra is boei van zweveren
een veelgevraagd figuur in jolkapelle.
zijn inlevend vermogen, zijn luisterend oor
-soms ietwat oost-indisch doof-,
zijn hartelijke glimlach, zijn handen
die altijd wel naar iemand zijn uitgestoken,
zijn vermogen om zich terug te trekken
als dingen te ingewikkeld worden,
zijn fiere houding, zijn ogen
nemen veel jolkapellers voor hem in.
omdat hij het talent heeft
-en verder ontwikkelde-
iedereen het gevoel te geven
dat die heel apart is
en over grote gaven beschikt,
waar hij/zij tot dan toe
geen weet van had,
beschouwt alleman hem
als een heel speciale vriend.
menige woordenwisseling
tussen de dorpsgenoten betreft
misverstanden omtrent zijn voorkeur,
zijn intiemste vriendschap.
vrouwen voelen dat hij juist hen
waardeert vanwege hun subtiele
door nog niemand ontdekte gevoeligheid,
mannen weten wel zeker dat hij
in hen dingen heeft aangeboord
die ze altijd hebben onderdrukt en zelfs
verborgen hebben gehouden voor zichzelf.
het wordt nu een grote opgave voor boei
om iedereen te gerieven, alle verwachtingen
waar te maken.
hij heeft geen rustig moment meer
daar in zijn hut in de bongerd.
niet alleen heeft jeanne hem ontdekt
als "eindelijk een man die aanspreekbaar is
en gearmd met me durft te winkelen",
ook anderen doen bij voortduring
een dringend beroep op hem.
hij heeft zich vrijwillig opgeworpen
als opvolger van juich zwier,
nadat hij afgedwongen had
dat hij niet alleen maar shanti's hoeft te zingen
maar juist geheel vrij is om
eigen inbreng en repertoire te kiezen,
waarvan hij beslist weet dat hij
er de koorleden mee kan verblijden,
hun persoonlijke groei kan stimuleren
en hun innerlijk ritme kan afstemmen
op dat van de geestelijke leider
die ieder mens in zich heeft.
de verhalen over de verdwenen boer
beluistert hij met veel hoofdgeknik en -geschud:
"was ik er toen maar geweest:
ik spreek met engelen net zo eenvoudig
als met iedereen en zij zouden zeker
niet onverhoeds zijn vertrokken,
ze zouden veel meer hebben kunnen uitrichten...
ach op een dag zullen zij wederkomen,
zullen ze gewaarworden dat
de sfeer hier veranderd is en hun wederkeer
zal vreugde brengen, er zal blijdschap heersen
hier en onder hen, want voorwaar
er komt een ogenblik waarop
engelen en jolkapellers met elkaar versmelten."
zo spreekt hij vaak en de jolkapellers
begrijpen er niet zoveel van, maar cyclaam
ziet in hem de reïncarnatie
van haar boer in zijn koeknuffelperiode.
ze weet niet of ze daar blij mee mag zijn
of dat ze een slechte afloop moet vrezen.
misschien moet ze hem
maar onder haar hoede nemen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten