pekela, de nicht van wiese walla en de poeet,
die in goeroeland onderzoek doet
naar individuele bewoners en hun gaven,
hun obsessies en geschillen, heeft er
hun obsessies en geschillen, heeft er
toevallig enkele maanden aaneen doorgebracht
in verband met een indringend portret
van het dagelijks, zeg maar nachtelijk leven
van mon stermin, een vooraanstaande goeroe,
uit visgraat gesneden.
met verbijstering neemt ze kennis
van wat er voorvalt in het dorp
van haar tante, waar ze zelf ook
haar woonst heeft.
haar neef, de poeet aldaar,
geeft uiteraard niet thuis
en haar post wordt niet beantwoord
want die drijft ergens in de gracht.
ze is als altijd kloek en besluitvaardig,
dus ze snelt per fiets naar jolkapelle
om de toestand met eigen ogen te aanschouwen,
om het heft in handen te nemen, zo nodig.
allereerst gaat ze op hoge poten,
gewapend met een forse portie vooroordelen
op zoek naar ene boei van zweveren,
ook wel boei de aaier genoemd.
wat verbeeldt zo een nieuwkomer zich wel!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten