20120130

110424 boompjeklimmen

110424 boompje klimmen
als er genoeg gegeten en gedronken is
en alle andere bezoekers zijn weg,
dan gaan padieloe, madieleid, wiekeloe, vita
en wanny een wandeling maken naar het park.
dat is makkelijker gezegd dan gedaan.
allereerst moet beslist worden of, en zo ja welke,
voertuigen er meegaan. wiekeloe wil met een fiets,
vita blijft bij het gezelschap en toont wanny
dat ze zowel staand als zittend kan steppen.
meteen nadat ze dat gedaan heeft
wil ze niet verder met de autoped.
ze wil fietsen, ze wil haar fietsje ophalen.
dat gebeurt niet. dat had ze eerder moeten bedenken.
ze gooit het kopje in de wind en begint
hartverscheurend te huilen,
gooit de step van zich af
en wil ook niet meer verder lopen.
padieloe neemt haar op zijn schouders.
madieleid en wanny zeggen dat ze stil moet zijn.
ze blijft gillen en dan gaat ze weer
van de schouders af en padieloe
verstopt de autoped zolang in de bosjes
ze gilt gewoon door, ook als madieleid
haar bij de hand houdt en tot stilte maant.
wanny probeert nog een oude truc van omabrandts:
"kom jij maar met mij mee. ik weet
wel raad met gillende kinderen!"
maar vita is niet geïmponeerd want ze weet
dat haar ouders altijd voor haar opkomen.
padieloe neemt haar apart
als madieleid het bijna niet meer aankan.
hij blijft met haar achter en komt weldra
met een zwijgend kind terug.
intussen staat wiekeloe bij iedere stoep stil.
hij zwijgt ook.
langzaamaan leeft vita weer op en wiekeloe
ontdekt een meerkoet met nest
onder de brug met 9 eitjes.
plotseling is hij heel erg boos en huilt van woede.
wat is er aan de hand?
"jullie zijn niet naar de boom gegaan
en ik wou in die boom klimmen
en jullie gingen er niet heen."
na een advies om volgende keer
zijn verlangens tijdig uit te spreken
en een discussie over dat hij niet
dezelfde weg terug wil, omdat dat saai is
en zijn ouders wel dezelfde weg terug willen
om de step op te halen,
rijdt hij voorop naar de bomen.
de velden liggen vol zonnende
en spelende jongeren.
wiekeloe legt zijn fiets neer
en dan gaan zijn ouders zitten
om wat te drinken terwijl vita
hem achterna gaat en ook de boom in wil,
daarbij geholpen door wanny, die fotografeert
wat maar gevraagd wordt.
wiekeloe wil dat ze er een filmpje van maakt
maar dat weigert ze
en ze moet uitleggen waarom ze dat niet wil
en dat wordt aanvaard ("niemand kijkt ooit").
dan wordt er wat gedronken en gepraat
en als wiekeloe en vita uit de boom zijn
proberen we naar huis te gaan.
wiekeloe schiet wel op en fietst
met zijn vader mee terwijl vita
overal speeltuintjes en paaltjes en
klimdingen en wipkippen ziet,
die absoluut niet overgeslagen kunnen worden.
intussen slaagt madieleid er ook nog in
om een praatje met wanny te maken over
dat ze graag papieren foto-albums zou willen
maar daar niet aan toe komt, over de markiezen
die er moeten komen voor de slaapkamer,
over genen en de invloed van de omgeving.
in dat laatste verband vertelt ze
dat ze met moeite tegenhoudt
dat ze wiekeloe stekeltjeshaar moet knippen.
ze vertelt ook dat ze de kattenspullen
nog even wilde bewaren, maar wiekeloe
wilde dat ze meteen weggedaan werden.
wanny denkt nog even na over het gesprek met omacarla,
die zegt dat ze een zeer oude applecomputer heeft
en zodoende de foto's niet kan zien.
wanny raadde haar dringend aan te denken
aan dat wiekeloe al vanaf volgend jaar kan mailen.
madieleid heeft zichtbaar last
van de drukte en lastpakkerij van de kinderen.
wanny denkt weer aan niet schipperen waar
loodsen geboden is, zegt dat niet, drinkt nog even
een biertje, bewondert de kiwi
en stapt weer op de fiets.

20120126

de zinkers

in jolkapelle is een club opgericht.
wat, alwéér een club? ja alweer een club.
deze heeft hoge aspiraties, grote pretenties.
de leden streven ernaar in eigen behoeften
te voorzien door middel van
verregaande deling en herverdeling,
samenwerking, onderlinge zorgverlening.
het uitwisselen van diensten en goederen.
zoiets ongeveer.
als de beurs maar gesloten blijft.
ze willen terug naar de oerhandel,
het begin, afzinken naar de pure bodem
of zoiets, begrijpen de jolkapellers,
die ze weldra "de zinkers" dopen.
er worden punten uitgedeeld en aanvaard,
zodat bekend wordt wie veel, wie
minder geeft en/of gebruikt,
en wie zich probeert te drukken
door zich als gluurder op te stellen
en uitsluitend te genieten
tijdens de wekelijkse bijeenkomsten
van de vogels van diverse pluimage.
die laatste categorie wordt wel
achter de vodden gezeten, want:
"iedereen is verplicht binnen een kalenderjaar
een keer boven en een keer onder nul te staan,"
stelt het handboek nadrukkelijk.
heel wat veelgebruikers hebben
zo een groot tekort dat ze
 hand- en spandiensten moeten aanbieden,
die meestal niet al te veel opleveren,
zoals het schoonmaken van iemands stallen
of het vervoeren van stukgoed.
allemaal voeren ze goede redenen aan
over het  hoe en waarom
 van hun voor- of achterstand
en zien ze uit naar toekomstige overvloed.
het is toch een idealistische vereniging
vol leden die vaak hun brood niet
kunnen verdienen in de consumptiemaatschappij
en vanzelf dus alles willen hergebruiken, repareren,
uitlenen, anderen van dienst zijn.
het zit er ook vol eenzame ploeteraars,
die hun leven moeilijk van de grond kunnen krijgen,
fundamentalisten in alle soorten en maten
en andere zonderlingen
die goed gedijen in een omgeving
waarin elk lid weet
dat er op iedereen wel een vlekje zit
en dat menigeen iets op zijn kerfstok heeft.
daar wordt niet over gesproken.
het is altijd van: "respect, ik eis respect
en ik geef respect."
mocht je toevallig bij iemand thuis
iets komen afleveren of ophalen
en je laat je overhalen
tot het samen nuttigen van een consumptie,
dan kom je voorlopig niet meer weg,
want menigeen blijkt op springen te staan
qua behoeft aan een luisterend oor of veel meer.
verbaas je niet als de open haard
speciaal voor jou is aangestoken
door iemand die je nog nooit hebt ontmoet,
of dat iemand je onverwijld binnenrukt
en je overvalt met verhalen
die al wat je tot dan toe
hebt gelezen, gefantaseerd of bekeken
volledig in het niet doen zinken.
terwijl de haren je te berge rijzen
zit er tegenover je iemand vrolijk
lachend te vertellen over zijn leven
dat bestaat uit de gruwelijkste
tafrelen, misverstanden, toevalstreffers
en kwaadaardige opzet van anderen.
"mijn humor redt me" heet het vaak.
buiten humor is er natuurlijk ook
de onvermijdelijke spiritualiteit,
een verzamelnaam voor bergen
onzichtbaar opgekropt gevoel.
als iemand niet ruim in de contacten zit
met Het-Hogere-Wat-Dan-Ook,
dan heeft ie wel de beschikking over
magnetische gaven of open kanalen,
waardoor allemans geestesgesteldheid
zomaar binnenvliegt en voor veel
verwarring en radeloosheid zorgt
bij de veelal door hyperactieve hersendelen
getergde spreker.
alles valt niet mee en je geest
kun je helaas niet ruilen of verkwanselen.
daarom zoeken veel aldus geplaagden
hun heil in spinnen, breien, bakken, braden,
inmaken, confeiten, stekken en
andere geestkalmerende activiteiten.
jeanne basewitsj is een van de oprichters.
 boei de aaier is onlangs toegetreden
en doet wat hij kan.
er is veel werk voor hem aan de winkel!

20120111

geloei met boei

loop ik walsend door de voren
-ik verzin ze waar je bij staat-
geen vogelverschrikker
die ik niet omarm, ten val breng
en verteer vroeg of laat

-------

in geheime tijden
op bolle momenten
wens ik een onderonsje
met mollig volk.
zwart van aarde
komen ze me tegemoet.
we lusten elkander niet
en verstaan is er niet bij.
we gaan in vrede

------------------

ik verwerp je tranen
noch droog ik ze
de stroom houdt aan
ik laaf me aan afkeer
en herkenning, nee
kom er me niet om
ik bekommer me
om andere wezens
dan zwevende kerels
zonder stavast

-------------

hou je dan niet van houden
van aanvaarding, hoef je
geen begrip troost tederheid?
nee nee daar zie ik tegenop
dat heeft me windeieren gelegd
ik hou de kop koel ik wieg
me in herfstblad en spinnenweb
verweg van graaigrage gozers

-----------------

je denkt al twintig jaar
wie ben ik en waarom
kom ik vandaan en hoe
kan ik moet ik verdergaan
dan horizonnen voorbij
de meisjes kijken om naar
brede schouders maar zie
 mijn binnenzijde vol van
bekleding als een teddybeer
en onder mijn hoed vind ik
jouw bescherming bij regenlucht
en engelen schouderen
af en aan ach
zie mij toch kijk oh kijk
ik kus ieders handen
 neem mij toch

-----------------

al verwerp je me
je kunt toch me vasthouden
en troosten ik kan toch
jouw schouders raken en
zwijgen kunnen we als het graf
opdat blijdschap heerse
van top tot teen

--------------

je woont naast me
kilometers kwade dronk
gescheiden onze muren
geweeklaag echoot
over polderwegen, kaatst
terug over komend asfalt.
er rennen dieren voor mij uit
die op de vlucht zijn
voor jouw honger
dat zegt genoeg
over mijn en dijn

----------

je rondt je ogen
je zegt "aandacht wil ik
wil jij dan geen aandacht
ik ben één en al ik kan
naar je kijken ik wil
luisteren en er zijn ik
neem je op ik vertel ik
bemin wil jij dan niet
beminnen? wat is er
met je muren zal ik
ze omver blazen want
aandacht ik geef je gratis
aandacht ik wil je moet
aannemen en zien mij
met mijn ogen mijn hoed
mijn aandacht ik tel je
knopen en verwaai je tranen
-je hebt toch wel tranen
voor mijn aandacht?-
waar ben je ben je zelf"

---------

ik hou van elke vrouw
ik trouw met iedere
vrouw ik rouw want vrouw
je hoeft geen rok geen
broek met vouw ik vind
je zonder helemaal
vrouw oh vrouw
ik kauw elke vrouw
ik wou een vrouw kom
kom nou kom vrouw
ik hou van jou
berouw
vertrouw geen vrouw
ik loop alleen
in 7 sloten vrouw
ik verga zonder vrouw
ik wou zoveel ik zou
oh wou ik een vrouw
ik loop blauw op blauw

-----------------

oh engelen in de lucht
te land ter zee oh
neem me neem me mee
zit op mijn schouder
spreek in mijn hart
bedwelm mijn gemoed
overvleugel mijn geest
raak me en leer me
vliegen leer me zingen
versla me vermoord me
aanbid me verengel me
neem me neem me mee
over land door de lucht
over zee

20120110

120106 verjaardag wiekeloe

"kijk wat ik heb gekregen!"
roept wiekeloe enthousiast tegen iedereen
die op zijn verjaardag komt en dat is
de familie van madieleid,
behalve de broer en de familie
van padieloe behalve svea.
hij toont zijn "nintendo ds" en is
teleurgesteld als opaloe met een
ander spel aankomt dan wat hij wilde hebben.
gelukkig voor wanny is hij wel blij met
de serie dinosaurusboekjes.
hij ziet er heel bleek en moe uit
van de week met de gezinnen van
xander en bas in de veluwe.
padieloe en madieleid zijn hem
en vita al vier dagen
aan het afleren wat zij hebben opgedaan
aan gegil en andere slechte gewoontes
waarvan men thuis niet gediend is.
toch was het een gezellige vakantie
en heeft padieloe zelfs meegedaan
aan een dansconcours via een wii
met bas samen die zich had verkleed
in een rok van zijn dochter,
 die dat uiteraard vreselijk vond.
ze hadden wel veel plezier met die wii gehad
maar toch sloegen ze alweer het aanbod
van wanny, om er een voor ze te kopen, af.
nu gaan ze proberen het gebruik van de nintendo
in de hand te houden. wiekeloe vindt het
nu al nix en "saai" dat hij er niet mee
mag spelen. ze willen het gebruik ervan
beperken tot een half uur per dag.
wanny oppert later dat het misschien wel
leuk zou zijn als ze hem drie dagen
de hele dag zijn gang lieten gaan,
maar volgens padieloe is dat een zekere weg
naar verslaving zodat wiekeloe
de hele dag nergens anders aan
zou kunnen denken dan aan hoe hij het best
zijn lans zou kunnen richten
om de vijand te raken en dergelijke.
hij loopt een paar maal weg om stiekem toch
met het ding te spelen en wordt boos
als het niet mag en padieloe gaat dan
kalm een praatje met hem maken,
waarna hij rustig terugkeert.
op school gaat het hem nu net
zo geweldig, "niets dan lof" van de meester.
omeluuk brengt een cursus knopen mee
die ook in goede aarde valt en natuurlijk krijgt vita
ook van alle bezoekers een kadootje.
ze bemoeit zich voornamelijk met mechteld.
die wordt ook bekleed met een omslagdoek
en er wordt weer even gepraat over haar
uitgesproken kledingkeus en voorkeur
voor sieraden en make-upgedoe.
van wie ze dat zou hebben?'
"van mij natuurlijk!" zegt padieloe.
ze zit en kijkt en opeens krijgt ze iemand
in het vizier en dan zegt ze:
"hallo opa!" en opa glundert, ze maken
een praatje en omdat opa weer naar
frankrijk gaat over een paar dagen,
oefenen ze telefoongesprekken, alles op initiatief
van vita zelf en ze hebben allebei
een apparaat aan hun oor en praten daardoor
terwijl de taart wordt aangesneden en
er een bloem erbovenop met kaarsjes opengaat.
maar wiekeloe is teleurgesteld want er had
ook nog muziek moeten klinken.
vita bemoeit zich zo met alle gasten
terwijl padieloe broodjes smeert voor iedereen.
het zijn buitengewoon lekkere broodjes en wanny,
die zich de laatste tijd zeeziek voelt,
waarschijnlijk vanwege de nieuwe bloedrukpillen,
knapt er flink van op. zij is intussen
aan de beurt om van vita haar aandacht te genieten.
die gaat over of zij wel gerechtigd is
om even op haar stoel te zitten
"nee, mag niet" zegt vita,
"wellus"zegt wanny en vita heeft een uitdrukking
opgedaan tijdens de kerstvakantie
en die luidt "nou èn?!" dat ze helemaal goed gebruikt.
ze wisselen wellussen en nietussen uit
en lachen en plagen en roepen.
ze krijgt haar stoel terug en nu mag
wanny weer niet op een andere stoel zitten
en die doet dat lekker toch.
het spel herhaalt zich terwijl omacarla
helemaal opleeft in een gesprek met omeluuk
over de kwaliteit van het huidige onderwijs.
ze veert er letterlijk van overeind en al haar kinderen
roepen "help, ma krijgt het weer!"  ze geniet
van omeluuk en wanny slaagt er helaas
niet in haar scherp in het vizier te krijgen
want ze beweegt te veel van inzet en vreugde.
vita gaat volgende week op
een soort dans/balletles en is daar heel blij om.
"wiekeloe mag niet," grapt padieloe
"die moet op boksen!"
de kinderen eten hagelslag met apenkoppies erin
en vita vindt van de gekregen tandenborstel
de hoesjes het leukst en die hangt ze
aan haar kin zodat ze een baard heeft,
die natuurlijk op de foto moet en valt.
het is een allervermakelijkste brunch,
die tot vreugde van wiekeloe niet te lang duurt.
na een paar uur zijn alle gasten weg en nu maar hopen
dat hij nog even met zijn nintendo mag spelen.
"hij een half uur, padieloe hooguit een uur!"
knipoogt madieleid dreigend naar padieloe.
wanny krijgt een hele stapel zweedse films mee
door svea uit voor haar aangeschaft,
waar ze voorlopig meer dan genoeg aan heeft.
het was een aangename verjaardag.

111208 verslagje verjaardag omeluuk

een heel stille verjaardag viert omeluuk dit jaar.
van zijn vrienden zijn alleen jan, 
michel, roland en xander aanwezig.
michel speelt de hele avond met lukas' nieuwe tablet,
en kijkt verder niet op of om, is dikker geworden
en helemaal niet gezelliger dus.
roland grijpt even in als wanny ecologisch zegt
als ze ergonomisch bedoelt en zit verder
stilletjes te trekken aan zijn electrische sigaret.
jan is levendig als immer en vertelt over gebarentaal.
hij heeft van lukas een boek gekregen over
hoe je mensen hun gebaren kunt interpreteren
en er wordt enthousiast meegepraat.
hij vertelt dat het ok-teken met vingers wel
eens bedreigend kan overkomen bij andere volkeren.
svea heeft zich verbaasd over de term "noodweer"
die in verband met het weer tegen haar gebezigd werd.
ze heeft weer haar fameuze taart gemaakt.
iedere brandts neemt er wel twee stukken van en wanny ook.
zij checkt even de uitspraak van
 haar eerste zweedse woorden. 7 is het moeilijkst.
omajosje wil meedoen met zweeds leren
voor de bruiloft. wanny en zij spreken af.
eindelijk hangt er een kerstkrans op de voordeur.
svea mocht hem niet vóór sinterklaas ophangen.
de kerstboom komt een dezer dagen.
het kattenmeubel is al verplaatst.
padieloe vertelt dat vita al voor het weekeind wist
waar konijn zich bevond en toen niet naar
de juf is gegaan maar gerust was.
maandag heeft madieleid konijn gauw meegenomen
en padieloe is boos op de juf omdat zij
geen grote zoekactie op touw had gezet
 toen haar ter ore kwam
hoe van streek vita was geweest.
gelukkig heeft vita zelf geen slechte band met de juf.
omeluuk staat in de deuropening iedereen
in de gaten te houden en dan komt het gesprek
op het ontslag dat hij marco moet verlenen,
hoe hij daarmee zit en hoe teleurgesteld marco is.
hij laat kalmpjes iedereen er een mening
over hebben en die uiten en kijkt, moedigt aan.
je ziet hem zo voor zijn studenten staan.
we zijn allemaal trots op hem en op
de zorgvuldigheid waarmee hij de zaak oplost.
enkele weken later helpt hij michel
met het leeghalen van zijn huis nadat hij
hem ter ere van het nieuwe jaar dringend
heeft gemotiveerd om zijn leefomgeving
schoon te maken en uit te mesten.
benieuwd hoe dat verder gaat.
de kerstdagen brengen maria,
celsus en lukas in zweden door
en oud- en nieuw in den haag.
de ouders van maria komen celsus terugbrengen
rond de ondertrouwdag, nadat maria en omeluuk
een weekeind milaan hebben gedaan en
als hij met zijn penningmeesters op stap is.
maria vindt dat haar familie en vrienden te weinig
naar nederland komen.
dat zal wel beter gaan als ze ooit
ruimer gaan wonen.

20120105

120105vierde pekela snelt toe

pekela, de nicht van wiese walla en de poeet,
die in goeroeland onderzoek doet
naar individuele bewoners en hun gaven,
hun obsessies en geschillen, heeft er
toevallig enkele maanden aaneen doorgebracht
in verband met een indringend portret
van het dagelijks, zeg maar nachtelijk leven
van mon stermin, een vooraanstaande goeroe,
uit visgraat gesneden.
met verbijstering neemt ze kennis
van wat er voorvalt in het dorp
van haar tante, waar ze zelf ook
haar woonst heeft.
haar neef, de poeet aldaar,
geeft uiteraard niet thuis
en haar post wordt niet beantwoord
want die drijft ergens in de gracht.
ze is als altijd kloek en besluitvaardig,
dus ze snelt per fiets naar jolkapelle
om de toestand met eigen ogen te aanschouwen,
om het heft in handen te nemen, zo nodig.
allereerst gaat ze op hoge poten,
gewapend met een forse portie vooroordelen
op zoek naar ene boei van zweveren,
ook wel boei de aaier genoemd.
wat verbeeldt zo een nieuwkomer zich wel!

120105derde tolma vindt inspiratie

het mag dan wel waar zijn
dat het huisvuil in jolkapelle
de spuigaten uitloopt
en dat ingrijpen van buitenaf aanstaande lijkt,
tolma beziet de ontwikkelingen met andere ogen.
zij en de fotografieclub
lopen elkaar geregeld voor de voeten
om de situatie in jolkapelle
zo schilderachtig mogelijk vast te leggen.
de fotografen werken voor een tentoonstelling
over alle aspecten van het nieuwetijdsdenken.
ze vereeuwigen de shawls, de teksten, de palen:
 hoe die er gekleed uitzien, alleenstaand en hoe
omstuwd door dwepende aanbidders.
er zijn er die zich toeleggen
op portretten van uit zichzelf tredende hysterici,
anderen focussen op de loeiende menigte,
op stil knielende pelgrims, op dansende fluitspelers,
op gepassioneerde lantarenklimmers
en verder al wat des mensen is.
er zijn fotografen die details vastleggen
of juist panorama's, of de sfeer, de kleur,
het pathos, de onwerkelijke glimlach
die zich over heel wat gelaten verspreid heeft
en een eenvormige verdwaasdheid weerspiegelt.
tolma fotografeert niet. ze schildert.
ze kiest primaire kleuren
voor het opgetaste huisvuil, ze gebruikt
dreigende ondergangskleuren
voor de smalle stroken lucht, die zwaar bewolkt,
jolkapelle overkoepelen.
ze ziet af van gemakkelijke abstractie.
felrealistische tafrelen brengen
de geuren van stank en verrotting in beeld.
waar wong tracht om de hondendrollen heen
te springen, schildert zij ze onontkoombaar
en  levensgroot dampend naast overlopende riolen
en de zwaarvervuilde sloot,
waarin eens de boot voer
vanwaaruit de koningin zwaaide
naar wiese walla, ...ach wat een herinnering!
tolma waarschuwt: ze heeft gedroomd
over een bekend duivels getal.
ze schildert angst en ondergang
waar je nu nog een uitzinnige menigte
ziet en hoort feestvieren.
een van haar meest realistische doeken
staat afgebeeld op de voorpagina
van het goeroelandse dagblad "ons kraaltje".
de kopij die dies meer heeft verzonden
naar "het jolkapellertje"
is nergens aangekomen.
er is geen redactie meer, geen "jolkapellertje".
geen mens die nog leest of bij zinnen is.
hoe, ach hoe dit onheil te keren?

120105tweede zo kan het niet langer

de lantarenmeditaties gaan zoals ze gaan.
iedere paal heeft zijn eigen groep
op geëikte momenten van de dag.
er wordt gedanst en gehuppeld, 
er staan  lieden die last hebben
van opspelend zitvlees, andere kunnen
niet zo lang op de been blijven
en storten zich, weer of geen weer,
in een driehoekszit, al dan niet
van de vuile of heilige stoep afgescheiden
door doeken, kussens, ondersteunende handen
of zelfs de ruggen van medebroeders.
er wordt intensief en lang gemediteerd
maar weinig aan de tuin gedaan.
huizen en straten vervuilen,
tuinen en plantsoenen groeien de gemeente uit,
er wordt niet meer gekookt,
niemand reinigt zijn of andermans kleding,
zelfs wast men zichzelf niet meer.
huisdieren lopen overal vrij rond
hun kostje zelf bijeen te scharrelen.
niemand heeft meer oog
voor het leven van alledag, voor het doen
wat gedaan moet worden.
als dies meer na aanhoudende geruchten
over het verval van jolkapelle
eens poolshoogte komt nemen
barst deze geharde journalist,
deze vriend van altijd praktische wiese walla,
uit in geweeklaag en tandenknars.
"zo kan het niet langer" luidt de kop
van zijn hoofdartikel op de voorpagina
van "ons kraaltje", dat hij ook
aanbiedt aan de redactie
-wie dat tegenwoordig ook is of moge zijn-
van "het jolkapellertje".

geen koei zonder loei

terwijl de wereld doordraait, vervuilt,
wegkwijnt, wordt vermoord, zingt
jolkapelle, zingt en dompelt zich onder
in het weldadige bad van welbehagen
dat de vreemdeling met zich brengt.
in plaats van te somberen en kiften,
van hot naar her te rennen
op zoek naar geluk, vijanden en prikkels,
in plaats van te kiften en moedeloos worden,
zich te laten terneerslaan,
veert jolkapelle op en geniet
van zichzelf, van het op plaatselijke schaal
uitstralen van behulpzaamheid en mededogen
zonder aanzien des persoons.
de kronikeur kijkt verbaasd om zich heen
en heeft dag- en nachtwerk aan
het beschrijven en duiden van wat zich
de laatste tijd voltrekt aan wonderbaarlijks.
hij is een beetje vastgelopen
in zijn onderzoek naar het leven van de boer.
die is nog spoorloos en diens vrouw
is niet in het minst bereid mee te werken,
zegt botweg: "laat die trouweloze
doodvallen, oplossen, laat die noorderzonner
verbranden of verdrinken achter de einder!"
dat zijn krasse woorden, maar
ze beschermt zich ermee tegen giftige bitterheid,
meent de kronikeur, die tevens opmerkt
hoe haar taalgebruik aan het veranderen is
van besmuikt, bescheiden, toch aanpakkend,
naar ronduit, naar woest en weerbaar.
ze heeft voor hete vuren gestaan
maar het is alsof ze de laatste tijd
roekeloos een stap naar voren heeft gedaan
en nu zelf in vuur en vlam staat.
de schoonheids- en camouflagesalon
in de oude woning van wiese walla
is gesloten met de bekende
kanten gordijnen van wiese zelf nog.
en geen haan die ernaar kraait.
de jolkapellers zijn toe aan het ontdekken
van hun innerlijke schoonheid.
sedert de kerstdagen zijn alle lantarenpalen
omwikkeld met kunstig gebreide shawls,
al dan niet versierd met wollen kerstballen,
waarop aan boei ontleende teksten als:
"geen groei zonder snoei",
 in alle mogelijke varianten,
want je ziet ook:
"geen bloei zonder groei"
"geen loei zonder koei",
"geen welk zonder kelk",
"geen leven zonder sneven",
en het gaat door met:
"verregen en joel",
"ìk ben óók uniek!",
"keeromme en beef",
 "ontmoet en verlaat",

"neem en kom mee",
"sta open en wandel",

"verzeng en herleef",
"verblij en gedij",
"zing, spring, swing",
"verwijf en overleef",
"over en uit hoera"
"verblind en heers",
"stap op en omarm",
"neem een hapje van mij",
"spring en verpulver",
"je bent een prachtmens, jij ook",
en zo voort.
alle jolkapelse palen
zijn met dit soort dassen gestrikt.
er komen bewegingen en
tegenbewegingen uit voort.
iedere paal lijkt een ontmoetingsplek
voor gedreven groepen "getuigen"
van toch wisselende samenstelling.
de kronikeur haast zich
van de ene shawlpaal naar de andere.
de palen worden aangeduid
met de namen van hun bekleding.
onder de lantaarn "leef!!!!"
hangen veel lijders aan melancholie
en algemene levensklachten rond:
ze raken de shawl eerbiedig aan
en prevelen hun brevieren, verzinnen klanken,
schietgebeden, mantra's en mompelingen
om te bezweren, om uiting te geven
aan de volheid huns harten,
om zich te laven aan de kracht
van de grote elektrieke fallus.
en dat is dan slechts één
van de 123 lantarenpalen waarvan
de kronikeur moet getuigen.
hij bezwijkt welhaast
onder de last van zijn taak.
kan hij iemand in dienst nemen
om hem te helpen en steunen?
de enige die in aanmerking komt
is de poeet...ja hoe gaat
het eigenlijk met hem?
hij vertoont zich niet in de bongerd
sinds jeanne er woont, hoe redt hij zich?
hoe kan hij rust vinden, verkwijnt hij?
aangezien hij nooit opendoet
wacht de kronikeur hem op
in "het zinkend schip" na een dag
waarop hij de ene lantarenpaal
niet meer kan onderscheiden van de andere.

20120104

120104 vierde bericht jolkapelle zingt

boei van zweveren geeft het dorpsleven
in jolkapelle aan de sloot
een krachtige impuls:
er lopen nogal wat lieden rond
die volledig verstoken zijn
van welk Hoger Ideaal dan ook,
die er maar gewoon wat op los leven,
van de ene dag in de andere
zonder zich in te spannen
voor ontwikkelingen in de toekomst.
sommige van hen vinden
dat je iedere dag moet leven
alsof het je laatste is
en menen daaruit te mogen concluderen
dat helemaal niets zin heeft.
die raken makkelijk wanhopig en vliegen
als motten tegen de lamp.
andere jolkapellers met hetzelfde uitgangspunt
zitten geduldig neer en wachten
tot het zover is.
menigeen probeert te genieten
wat er te genieten valt, maar dat is moeilijk
in het licht van de naderende duisternis.
jolkapelle ligt er moedeloos bij
totdat...boei de zwever, de aaier komt
en met zijn geloof, zijn liefde en aandacht
het dorp weet te bezielen en wekken.
er begint langzaamaan weer animo te ontstaan
voor het gebruik van verlaten godshuizen,
schuren en loodsen worden opgeknapt
en gebruikt als meditatieruimtes, danshallen ook,
waar boei de kraaiende kukels naartoe laat komen
vanwege de landelijke akoestiek.
daar gaat hij ze voor, daar leert hij ze
hoe elkaar te omarmen
 zonder aanzien des persoons,
hoe samen te klinken, te aanvaarden,
te luisteren, te vibreren als een viool
"want ieder van jullie is
een fijnafgestemd instrument
met een unieke stem, die nooit
vals kan zijn als je hart,
de engel in je, je geest oprecht
aan het woord mag komen.
niemand is zo klein
als hij zich voordoet.
leg af je valse schaamte.
we zijn allemaal, stuk voor stuk
het middelpunt van het heelal.
leg die gedachte in je stem
en zing, zing in jezelf de klanken
die spontaan opkomen, van:
ooooo-mmmm, via wiewiewiewiedewiet
en toetoetoetoetoedeloe tot
aaimeaaimeaaaaaaaaiiii.
bewonder mij in je met je stem
roep mij, roep mij, zing mij zing je uit!"
dus luister en zing wat je voelt
kijk naar mij, bewonder mij,
bewonder jezelf in mij, zing!
jolkapelle herrijst.

de inburgering van boei

weldra is boei van zweveren
een veelgevraagd figuur in jolkapelle.
zijn inlevend vermogen, zijn luisterend oor
-soms ietwat oost-indisch doof-,
zijn hartelijke glimlach, zijn handen
die altijd wel naar iemand zijn uitgestoken,
zijn vermogen om zich terug te trekken
als dingen te ingewikkeld worden,
zijn fiere houding, zijn ogen
nemen veel jolkapellers voor hem in.
omdat hij het talent heeft
-en verder ontwikkelde-
iedereen het gevoel te geven
dat die heel apart is
en over grote gaven beschikt,
waar hij/zij tot dan toe
geen weet van had,
beschouwt alleman hem
als een heel speciale vriend.
menige woordenwisseling
tussen de dorpsgenoten betreft
misverstanden omtrent zijn voorkeur,
zijn intiemste vriendschap.
vrouwen voelen dat hij juist hen
waardeert vanwege hun subtiele
door nog niemand ontdekte gevoeligheid,
mannen weten wel zeker dat hij
in hen dingen heeft aangeboord
die ze altijd hebben onderdrukt en zelfs
verborgen hebben gehouden voor zichzelf.
het wordt nu een grote opgave voor boei
om iedereen te gerieven, alle verwachtingen
waar te maken.
hij heeft geen rustig moment meer
daar in zijn hut in de bongerd.
niet alleen heeft jeanne hem ontdekt
als "eindelijk een man die aanspreekbaar is
en gearmd met me durft te winkelen",
ook anderen doen bij voortduring
een dringend beroep op hem.
hij heeft zich vrijwillig opgeworpen
als opvolger van juich zwier,
nadat hij afgedwongen had
dat hij niet alleen maar shanti's hoeft te zingen
maar juist geheel vrij is om
eigen inbreng en repertoire te kiezen,
waarvan hij beslist weet dat hij
er de koorleden mee kan verblijden,
hun persoonlijke groei kan stimuleren
en hun innerlijk ritme kan afstemmen
op dat van de geestelijke leider
die ieder mens in zich heeft.
de verhalen over de verdwenen boer
beluistert hij met veel hoofdgeknik en -geschud:
"was ik er toen maar geweest:
ik spreek met engelen net zo eenvoudig
als met iedereen en zij zouden zeker
niet onverhoeds zijn vertrokken,
ze zouden veel meer hebben kunnen uitrichten...
ach op een dag zullen zij wederkomen,
zullen ze gewaarworden dat
de sfeer hier veranderd is en hun wederkeer
zal vreugde brengen, er zal blijdschap heersen
hier en onder hen, want voorwaar
er komt een ogenblik waarop
engelen en jolkapellers met elkaar versmelten."
zo spreekt hij vaak en de jolkapellers
begrijpen er niet zoveel van, maar cyclaam
ziet in hem de reïncarnatie
van haar boer in zijn koeknuffelperiode.
ze weet niet of ze daar blij mee mag zijn
of dat ze een slechte afloop moet vrezen.
misschien moet ze hem
maar onder haar hoede nemen.

de freule en de aaier

de entree en de opname van de vreemdeling
worden door de freule
met lede ogen en een onrustig
bonkend hart gezien, gehoord en opgeslorpt.
ze vertoont blosjes op haar anders bleke wangen.
ze heeft tegen beëindiging van de vergadering gestemd,
maar de meeste stemmen gelden, niet de slimste.
en dan, houdt ze zich ter vertroosting voor,
ìs het wel zo slim en verstandig
om op grond van enkele, zij het verpletterende,
indrukken iemand geen kans te geven?
ze zit daar een beetje over te piekeren
als de vreemdeling opeens zijn blik op haar richt,
tegen haar glimlacht, zijn ogen wat verrondt en vraagt
of ze misschien aan het mediteren is.
hij kijkt haar triomfantelijk aan
vanonder zijn zuidwester, indringend ook
alsof hij en zij alleen weten
wat zich in haar afspeelt.
ze voelt zich betrapt, vernauwt haar ogen,
spuwt er een flits mee, ziet opeens
de strooppot op tafel, die ze nooit eerder opmerkte,
voelt een huivering door haar schouders gaan,
kijkt weer op en stamelt verward:
"nee...ja...eh..dank u...graag!"

boei de aaier

een bijeenkomst ter nabespreking van de feestelijkheden
rond de 750ste sterfdag van jolkapelse profeet wanus
vlot wat moeilijk.
alle jolkapellers zijn opgeroepen in de hoop
dat zij willen helpen de gaten
in het budget van de verdwenen penningmeester
 te vullen en velen zijn gekomen
want de koffie is gratis en het stormt en regent.
er wordt wat gespeculeerd over
hoe het met maleis zou gaan
en gezwegen over de boer vanwege cyclaam.
weten wat je zeggen en zwijgen moet
is van levensbelang in jolkapelle.. en elders.
menigeen heeft door ontijdige openhartigheid
en misplaatste oprechtheid zich een plaats
buiten de gemeenschap weten te verwerven.
plots lijkt een windvlaag de deur
open te waaien en zeilt een doorregende zeeman
naar binnen en meteen achter zijn zuidwester aan
die al tot  bij de bar is gevlogen.
de vreemdeling blijft kaarsrechtop lopen,
en vangt toch zijn hoofddeksel
 verrassend behendig, zet het direct op,
aldus zijn weinige piekkrullen
en vooral zijn kaalheid verbergend,
posteert zich in de opening
van de nog steeds klapperende deur
en spreekt met luide stem:
"goeienavond saam. ik ben
boei van zweveren,
vaak ook boei de aaier genoemd,
ik groet u allen zeer.
het is nog te vroeg voor handenschudden
dus ik zwaai u van harte toe!"
hierbij neemt hij zijn zuidwester
met een elegant gebaar in de hand
en buigt er mee
gelijk een 17de eeuwse galant.
zijn spectaculaire entree ontwapent
zelfs enkele xenofoben, maar er zijn ook
lieden die niet zo snel om zijn
en die roepen: "ben je in de kerk geboren?"
of zelfs kortweg: "dicht die deur!"
het ziet er dus naar uit
dat zich een gemoedelijk en hoffelijk type
heeft gevestigd in de bekende bongerd
van de poeet, dat graag aandacht trekt
met aandacht en bescheidenheid, want,
fluistert deze boei
- hij houdt van flink luid uit de hoek komen
in gezelschap en fluisteren in oren
vanwege de nabijheid-:
"er wordt niet meer geluisterd tegenwoordig.
ik kom om te luisteren en te koesteren,
liefde te geven en ontvangen,
om te raken met tedere vingers,
te omhelzen met omtrekkende gebaren,
aandacht is het sleutelwoord,
bemind worden en beminnen, geven,
troosten ook en vooral, troosten ja,
verwennen en stil zijn samen, bezinnen."
niet iedereen aan tafel heeft verstaan
wat hij allemaal te berde brengt
met zijn ogen indringend gericht op
ongemakkelijk op haar stoel
heen en weer schuivende cyclaam,
die meteen aan haar man moet denken
en het bijna te kwaad krijgt.
de aanwezigen waren tot nu toe
met aardse zaken bezig zoals
of de kampioenschappen paalzitten
volgend jaar wel doorgang mogen vinden
in het licht van de dramatische gebeurtenissen
de laatste keer, of er bezuinigd kan worden
op het jolkapellertje, of er goedgelijkende
dan wel aan de kunstenaar zelf over te laten
standbeelden moeten komen van
wiese walla en juich zwier in het centrum
of juist in een buitenwijk, of het juist
en terecht is om ze samen te smeden
tot één groot en inspirerend beeld,
hoever dat boven de boomtoppen mag uitsteken enz.
kortom het is wel even omschakelen
geblazen. of besluiten ze boei te negeren?
een stemming, geïnitieerd door de voorzitter,
die nieuwsgierig is en hoopt
op uitheemse autospeldjes, met als argument
dat er zonder de penningmeester
toch geen spijkers met koppen
kunnen worden geslagen,
loopt ditmaal eens niet op tumult uit.
bijna iedereen stemt in met het
uitnodigen van de vreemdeling.
hij wordt van harte aan tafel genood.