"je bent vreselijk doof,
nooit hoor je me en altijd
is het van wablief en wattuh
laat je toch eens nakijken!"
reddert immer moederlijke tolma
tegen willem,
die weer eens totaal niet weet
waar het allemaal over gaat
en steeds maar "huh" en "wablief" zegt
of helemaal niet op- of omkijkt
als ze achter hem "dove willem" fluistert.
hij is juist een winkel binnengelopen
waar je gratis je gehoor kon laten testen.
de onderzoeker heeft hem gefeliciteerd.
"uw gehoorleeftijd is wel 30 jaar lager
dan de biologische leeftijd die u opgeeft."
tolma staat perplex maar ze is
natuurlijk niet voor één gat te vangen.
doorvragen over de tester wordt
niet beantwoord, waarom weet ze niet.
ze concludeert: "willem als jij die leeftijd hebt
dan betekent dat dat je dus net zo goed hoort
als andere mensen van die leeftijd, klopt dat?"
"natuurlijk!" juicht willem.
dat is dan niet best voor hem
want alle mensen uit die jaren
want alle mensen uit die jaren
hebben gehoorbeschadigingen opgelopen
vanwege overdadig bezoek aan popconcerten.
omdat een hele generatie er last van heeft
wordt er verder geen ruchtbaarheid
aan gegeven maar nu blijkt willem plots
aan dezelfde verschijnselen te lijden.
een andere mogelijkheid is de volgende:
hij is een keer meegegaan op een tocht
door de voormalige rijksdelen.
iedere nazaat van de kolonisten van vroeger
die daar schaamteloos heeft rondgelopen
komt er op de een of andere manier
van terug met een merkwaardig fenomeen:
de gehoorgangen zijn onbeschadigd
maar toch horen ze niet
wat ze liever niet horen.
het kan een gave zijn of een handicap.
hoe het ook zij: het is ongeneselijk.
je kunt tegen ze fluisteren
of schreeuwen wat je wilt:
of schreeuwen wat je wilt:
er is gewoon niet doorheen te komen.
in beide gevallen heeft het geen zin
om willem er verder op aan te spreken.
hijzelf is er zo aan gewend dat hij
zijn gedrag erop heeft afgestemd:
hij kijkt je vriendelijk lachend aan
en knikt instemmend of hij kijkt op
alsof je hem stoort in diepe meditatie.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten