20111028

111028 de kronikeur ontwaakt

de boer, zijn leven en heengaan
hebben de intense interesse gewekt
van de oude kronikeur.
hij had zich voorgenomen
om de kleine dingen des levens
te gaan beschrijven en daaronder
vallen ook kleine luiden, zoals
de boer en zijn omgeving.
eigenlijk vindt de kronikeur
iedereen krimpen zodra je
je in hem verdiept, maar "na
een serieuze zoektocht
door een expert in beweegredenen
en zonnebanen zoals ik"
kan iemand ook weer uitgroeien
"tot een pilaarheilige of zuidenwind."
kortom de kronikeur stelt een onderzoek in,
hij vraagt na, hij raadpleegt archieven,
licht doopcelen, bestudeert hemellichamen,
bezoekt kerkhoven, kratermeren
en inrichtingen voor jonge
geestelijk ongezonden
en oude weggevallenen, maar vooral
gebruikt hij zijn geheugen en  intuïtie.
vandaaruit bouwt hij een reconstructie
van opkomst en ondergang van de boer,
de verdwijning die "absoluut, dat is zeker,
gevolgd zal worden door een wederopstanding."

111027 de verdwenen boer

de boer is met de engelen mee
en niemand die erom maalt.
zijn vrouw heeft de laatste jaren
met afgrijzen de veranderingen
gadegeslagen die in hem plaatsvonden.
ze was met genoegen met een redelijke,
grondgebonden oerman gehuwd,
met wie ze na veel bietengerooi
en koeiengeloei
een prachtig opvanghuis
had kunnen drijven.
de gasten werden gewaardeerde huisgenoten,
verwarmden het helaas kinderloze echtpaar
met hun eigenzinnige en oprechte karakters.
iedereen leek zich er wel bij te voelen.
niemand had in de gaten dat de boer
zich begon terug te trekken,
te piekeren en zelfs te lezen.
hij bleef weliswaar strikt toezicht
houden op het vee en het welzijn daarvan,
maar andere taken verwaarloosde hij.
steeds vaker was hij hele dagen zoek
en steeds feller wist hij stellige dingen
te beweren zonder tegenspraak te dulden.
zijn terminologie werd steeds zweveriger
en er was voor zijn huisgenoten
geen touw meer aan vast te knopen.
dat weet hij aan hun oppervlakkigheid.
ze haalden opgelucht adem toen hij begon
met zijn cursussen in het bos
maar door toedoen van enkele
dwarse cursisten, waarschijnlijk,
kwam daar abrupt een eind aan
en zat hij weer aan de keukentafel
iedereen aan te kijken alsof er iets
niet deugde aan allen behalve aan hem.
en nu blijkt dus dat hij al die tijd
contact moet hebben gehad
met de bewoners van de engelenboot
en is hij daarmee weg gevaren. naar waar?
de oneindigheid in of stroomopwaarts?
sporenonderzoek liep dood.
wong en tolma lijkt geen blaam te treffen.
de foto van wong is net zo vaak bekeken
tot er nauwelijks nog een engel
op is te onderscheiden en de boer,
daar is alleen een merkwaardige grijns van over.
verder hadden alle verdachten en bewoners
een waterdicht alibi.
"het is goed zo!" zegt cyclaam.
"laat het met rust, wek geen boze krachten,
geen engel zonder duivel dus hou je erbuiten
wek geen onbeheersbare krachten."
dat zegt ze een beetje na
van de kronikeur, waarover zometeen meer.
af en toe duiken verhalen op
over dat de boer ergens gezien is
meestal bij zonsondergang
temidden van woest voortijlende
rode tot gele wolkenpartijen
 met veel dreig en grauw
en altijd die griezelige grijns erbij.

20111026

111026 wong de filmer

"het zit zo," oreert wong:
"met een slecht toestel maakt
een goede fotograaf mooiere foto's dan wie ook",
want het gaat niet om het toestel
het gaat om wie de trekker overhaalt,
eh de knop indrukt: het juiste licht,
de goede hoek, het ultieme moment,
de beste plek en dat ligt helemaal
aan de fotograaf.
hij heeft zojuist een prachtige,
geavanceerde toeter aangeschaft
die voor zijn buik hangt
alsoftie daar geboren is.
hij kan ermee filmen ook
en omdat de leden van de fotoclub
allemaal geboren acteurs zijn
begint hij meteen met regie-aanwijzingen
alvast om ze te wennen aan zijn eerste film
die gaat heten: "maten op drift".
er worden andere jolkapellers
en zelfs goeroekralers aangetrokken
om de film een internationale allure te verlenen
en toch heel nabij te zijn, herkenbaar.
er worden decorbouwers gezocht
en schrijvers want het script staat,
ondanks de titel, nog niet vast:
sterker nog: er is niets dan de titel.
die komt er, daar wordt niet aan getornd.
de schrijvers en ook velen die beter
kunnen vertellen dan schrijven
voelen zich uitgedaagd
en er wordt op allerlei gebied gelobbied,
meegedacht, overlegd, geknutseld,
vergaderd, geconcipieerd, gemord
en zelfs al aangekocht.
veel dorpsgenoten ondergaan plots
uiterlijke veranderingen, bezoeken,
voor het eerst in hun leven soms,
kappers, spindokters, animators,
chirurgen en diëtisten.
er verrijst zelfs
een schoonheids- en camouflagesalon,
gedreven door de altijd wat teruggetrokken
maar sinds de verdwijning van haar man
zeer opgefleurde vrouw van de boer,
die cyclaam blijkt te heten,
althans die naam staat in grote
sierlijke maar opzichtige letters
boven haar salon in het vroegere
huisje van wiese walla, die je
als je goed luistert kunt horen vloeken.

20111025

111025 willem en de poeet

op een dag in juli ontdekt willem de poeet.
hij heeft hem wel eens ergens gezien
en zeker van hem gehoord
maar nu hij hem zomaar in het wild
ziet rondscharrelen in de polder,
heel, heel vroeg in de ochtend
met een mandje voor champignons
bij zich en zijn strooien hoed op,
die nergens anders voor lijkt te dienen
dan om er een net over te hangen
tegen opdringerige insecten,
springt willem zijn hart plots op.
diep ontroerd verbergt hij zich
achter een grillig gevormde knotwilg,
die volop in het blad staat.
de ochtendnevel ligt over de velden,
een nevelig oranje zon beschijnt
met haar lange stralen de gebogen gestalte
van de zoekende poeet, die af en toe
rare wendingen maakt
waarschijnlijk vanwege koeienvlaaien.
willem staat doodstil te snakken naar adem.
hij wil subiet voor de rest van zijn leven
maar één ding: dat is
1. zijn waar de poeet is
2. doen wat de poeet doet
3. eten en drinken met de poeet
zelfs
3a. eten en drinken zijn voor de poeet
4. alles lezen van de poeet
5. zich de woordschat eigen maken van de poeet
6. het verleden opslokken van de poeet
7. hem mogen aanbidden
8 zijn schoenveters mogen vastmaken
9. de poeet zijn laars in de nek voelen
10. in zijn vestzakje zitten en
er nooit meer uitkomen.
de poeet gaat zijns weegs
zich onbewust van de grote emoties
die hij heeft opgewekt,
een mand vol champignons aan zijn arm
zingend van intens genoegen.
willem blijft verlamd en overmeesterd achter
en kan pas uren later, als de zon al brandt,
zijn benen gebruiken om soms slepend
 soms huppelend naar huis te lopen
met in zijn hoofd hardnekkig
de woorden en melodie van
"quand il est mort, le poète",
dat heel teder en weemoedig in hem rondzingt.
hij denkt aan wiese walla en juich zwier
en meent dat snelle actie geboden is.

20111024

111024 willems oren

willem heeft zijn onlangs 
 "zeer jong" verklaarde oren
eens te luisteren gelegd hier en daar
en is tot de ontdekking gekomen
dat een gehoortest alleen maar meet
of je een piepje van een brommetje
kunt onderscheiden, een hoge fluittoon
van een gezongen gilletje, een triller
van een aria, of je een ingehouden hikje
op een meter afstand kunt vergelijken
met een amechtige ademtocht.
hij blijft inderdaad hetzelfde horen
als enkele jongelui uit
de wereld van de bonkebonkmuziek.
hij vraagt nog al te vaak "wat zeg je?"
loopt door als iemand roept "wacht even!"
en hoort zijn eigen hart niet bonken
als hij vreselijke angsten uitstaat.
redenen genoeg dus om de wereld
van de piepers en de ritselaars
de rug toe te keren en vastberaden
op zoek te gaan naar iemand
die dieper kan inzoomen
op zijn unieke persoonlijkheid.
weldra heeft hij een dame opgescharreld
-waar precies wil hij niet kwijt-
die al aan de deur zegt:
"die doktersjas doe ik gezellig uit"
terwijl ze een gloednieuwe witte doorzichtige
schortachtige creatie afwerpt en verder
in shawls gehuld blijkt te zijn
met duizelingwekkende pauwenkleuren.
"luister!" zegt ze:
"het is een zeer wijdverbreid misverstand
dat je alleen hoort met datgene
wat achter je gehooringang zit.
de reguliere genezers hebben daar
geen flauw idee van. die denken te veel
aan gauw en snel en diagnose en snijden
of duur apparaat want provisie.
daar doen wij hier niet aan.
wij rekenen af per sessie
en u betaalt alleen de tijd."
willem is verrukt.
hij heeft alles goed verstaan
omdat hij aan haar lippen hangt.
hij knikt en tekent ademloos.
dan kan het onderzoek, de therapie tevens,
een aanvang nemen.
hij wordt genood om ontspannen
in een oorloze leunstoel plaats te nemen.
zij zit op een alle kanten op rollende
ecokruk met een zadel tussen haar benen
en is voortdurend om hem heen.
ze begint dan met heel zacht
in zijn linker oorschelp te knijpen.
"doet dat pijn?"
"in tegendeel!" glundert willem.
"dan gaan we verder.
we zoeken nu de pijngrens.
bent u er klaar voor?"
willem is overal helemaal klaar voor.
dan volgt een ritueel van kloppen, knijpen,
likken, sabbelen, olieën, fluisteren,
brullen, trekken, lebberen, inrollen, uithijgen
en opnieuw beginnen.
willem probeert uit alle macht
om niet te gillen van genot, maar
na een uur of drie houdt hij 
het niet meer uit en kronkelend
gilt hij "genoeg, alstublieftdankuwel!!"
"uw rechteroor nog!"
zegt de shawldame haar mond afvegend.
maar willem staat flux op,
legt het afgesproken kleine fortuintje  
op zijn stoel en maakt zich
voor de zoveelste maal in zijn leven
uit de voeten.
met een mond van oor tot oor.
dat wel!

OI-doof

"je bent vreselijk doof,
nooit hoor je me en altijd
is het van wablief en wattuh
laat je toch eens nakijken!"
reddert immer moederlijke tolma
tegen willem,
die weer eens totaal niet weet
waar het allemaal over gaat
en steeds maar "huh" en "wablief" zegt
of helemaal niet op- of omkijkt
als ze achter hem "dove willem" fluistert.
hij is juist een winkel binnengelopen
waar je gratis je gehoor kon laten testen.
de onderzoeker heeft hem gefeliciteerd.
"uw gehoorleeftijd is wel 30 jaar lager
dan de biologische leeftijd die u opgeeft."
tolma staat perplex maar ze is
natuurlijk niet voor één gat te vangen.
doorvragen over de tester wordt
niet beantwoord, waarom weet ze niet.
ze concludeert: "willem als jij die leeftijd hebt
dan betekent dat dat je dus net zo goed hoort
als andere mensen van die leeftijd, klopt dat?"
"natuurlijk!" juicht willem.
dat is dan niet best voor hem
want alle mensen uit die jaren
hebben gehoorbeschadigingen opgelopen
vanwege overdadig bezoek aan popconcerten.
omdat een hele generatie er last van heeft
wordt er verder geen ruchtbaarheid
aan gegeven maar nu blijkt willem plots
aan dezelfde verschijnselen te lijden.
een andere mogelijkheid is de volgende:
hij is een keer meegegaan op een tocht
door de voormalige rijksdelen.
iedere nazaat van de kolonisten van vroeger
die daar schaamteloos heeft rondgelopen
komt er op de een of andere manier
van terug met een merkwaardig fenomeen:
de gehoorgangen zijn onbeschadigd
maar toch horen ze niet
wat ze liever niet horen.
het kan een gave zijn of een handicap.
hoe het ook zij: het is ongeneselijk.
je kunt tegen ze fluisteren
of schreeuwen wat je wilt:
er is gewoon niet doorheen te komen.
in beide gevallen heeft het geen zin
om willem er verder op aan te spreken.
hijzelf is er zo aan gewend dat hij
zijn gedrag erop heeft afgestemd:
hij kijkt je vriendelijk lachend aan
en knikt instemmend of hij kijkt op
alsof je hem stoort in diepe meditatie.

20111022

111007 laatste vrijdag

padioeloe moet met wiekeloe naar de dokter
om zijn ogen te controleren
en wanny gaat met vita naar de speeltuin.
via de schommel -graag duwen,
ook al kan ze zelf opzetten-,
en de glijbaan, die te nat is,
komen ze bij de kabelbaan.
er loopt een iets jonger jochie
met zijn een generatie oudere,
voor hem, en een generatie
jongere moeder -voor wanny-.
het kind rent van apparaat
naar apparaat en zijn moeder volgt
terwijl wanny en zij elkaar
doordringend en aarzelend aankijken.
weldra blijkt zij natascha te zijn,
van een jaar of 15 geleden met omeluuk.
ze heeft twee zonen die allebei
met een m beginnen en weldra
zitten  die op dezelfde school
waarop ook wiekeloe en vita.
er wordt op de valreep een foto gemaakt
en vita en wanny gaan nu
systematisch alle apparaten af
en allemaal worden die even
uitgeprobeerd terwijl ze ook
oog hebben voor zwermende spreeuwen
omdat ze toevallig net opstijgen,
door de lucht vliegen
 en langs regenwolken rijden.
om de beurt besturen ze de trein
en gaan verder en spelen
verstoppertje en tikkertje
en thuis nog een spel genaamd
"wie ben ik?" en alles gaat
gemakkelijk en vertrouwelijk.
als wanny na de bel de deur opent
stormt wiekeloe haar bijna omver,
glipt tussen haar benen door het huis in
en ontsnapt als ze vraagt hoe het ging
met de ogentest.
padieloe haalt zijn schouders op.
natuurlijk waren zijn ogen goed.
vorige keer had hij er een potje
van gemaakt toen ze getest werden.
daarom moesten ze nu drie kwartier
in de wachtkamer zitten.
wiekeloe grijpt het potje snoep
dat wanny heeft meegebracht, kijkt
naar de lollie die vita opzuigt
en zegt: "is dat alles?"
en "waarom heb ik geen lollie?"
wanny kijkt hem bozig aan.
dan ontdekt hij de lollie en pas veel
later geeft ze hem de meegebrachte boekjes.
hij komt bij en vraagt of wanny
zijn beginnerszwemdiploma
heeft gezien en heeft ze zijn tekeningen
wel allemaal gefotografeerd?
eerst wil hij haar even zijn geweer tonen.
hij heeft het op de kermis gewonnen
met iets dat "heel makkelijk!" was
en kan ze hem er even mee fotograferen?
als dat gebeurd is
geeft wanny hem het toestel en zegt:
"fotografeer maar wat je wilt."
hij gaat de hele kamer rond en dan
samen met vita naar boven om daar
een serie te maken van hun kamers,
kussens, poppen, planten, stoelen,
de trap ver en dichtbij, speelgoed,
uitzichten, om de beurt in bed
en op bed en zogenaamd slapend
of springend. wel moeten
de batterijen even gewisseld, waar beide
kinderen zeer leergierig naar kijken.
wanny maakt een praatje met padieloe
die thuis is gebleven deze week
vanwege zwarte verkoudheid.
ze praten over haar boeken die
 al proefgedrukt zijn en ze is
verdrietig over dingen daar
waar ze geen antwoord op wist
en het moeten beslissen over zaken
die padieloe wel weet en zij niet
maar vooral merken dat de vrouw zelf
er ook geen verstand van had
('s avonds besluiten ze bij de
oorspronkelijke uitgever te blijven).
ook is er het besef dat het nu
de laatste vrijdag is dat ze
een vaste afspraak heeft met padieloe
en er eigenlijk niet in geslaagd is
de kinderen echt voor zich in te nemen.
opeens ziet ze die stilletjes staan
luisteren naar gegeneerd huilende oma.
padieloe controleert meteen
 wat voor een foto's wiekeloe
heeft gemaakt voor ze het toestel terugkrijgt.
de kinderen gaan weer naar boven
en wanny zoekt ze even later op
om afscheid te nemen. wiekeloe
komt haar tegemoet en hij klopt
twee maal op zijn eigen gesloten deur
voordat ze binnentreden en dan
gaan ze naar de kamer van vita,
waarop hij ook twee klopjes geeft
alvorens haar kamer in te komen.
zij ligt voorover op bed,
knieën op de grond en knuffel erbij
een beetje te soezen en te luisteren
naar een muziekje.
bedrukt gaat wanny treinwaarts.
volgende keer is de familie op vakantie
en daarna zit vita op de kleuterschool
en werkt padieloe op vrijdagen.

kort van memorie weer

is het een tijger of een koei,
een oorlogswinnaar?
ver van huis
behoudt hij zijn streken
in ongetraliede valkuilen
verstopt gebroed en prooi
verliezer in schapenvacht.
de wolken overhuiven hem
maar blauw ertussen
ziet het heelal
waar dat naartoe moet.
----------------------

een koekje van eigen deeg
"hond!" riepen ze
je vermoordend
zo gaan die schoften
om met honden
------------------------

in het harnas
wilde je sterven
vluchtend werd je
in een rioolbuis
schreeuwend
omgebracht
---------------

geen 200 maagden
geen vergelding
hel noch verdoemenis
wel wordt er gedanst
geschoten en gedanst

-------------------------

je had hun broers laten verdwijnen
tegenspraak kon je niet dulden
langzaamaan kwam
waanzin je geest verduisteren
wie naar het zwaard greep
werd zelf...

-----------------------

ze kwamen kijken
schoppend en tierend
lachend en gretig
je gewonde lichaam
in zich opnemend
je lag op de grond
bebloed en uitgestrekt
een jachttrofee
ze maakten er foto's van
trots het monster
te hebben gedood
wat zal er terechtkomen
van deze wrede kinderen?

-----------

en stalin dan:
waarom kreeg die wel
een eervolle begrafenis?
en hitler dan? het eigen heft
de loop in eigen hand.
is er dan helemaal
geen gerechtigheid?

--------------------

juichend en fluitend schieten
dat is feest
met zijn allen in
en op een auto rondrijden
schreeuwend met vlaggen
zwaaien de mannen
de vrouwen zitten thuis
sluiers aan de kapstok

----------

waar zijn de vrouwen?
de dictator is omgelegd
allah is groot
de vrouwen hun dictators
die hebben gewonnen
ze voelen zich nu
helemaal heren en meesters.
de vrouwen
hoe lang nog?

20111012

111012 (derde) jolkapelle A. Vondeling

in het verre geboortedorp
van zowel pekela als wiese walla
hebben de naspeuringen van de eerste
haar geleid naar een begraafplaats.
een heel oud graf, slecht onderhouden,
nogal op een prominente plek toch
is haar gewezen toen ze de naam
van haar tante noemde.
ze probeert tekst en jaartal te ontcijferen
en als dat niet lukt krabt ze
met een tak en wat water
de ingehakte letters open.
het graf blijkt al 70 jaar oud
en als ze de tekst onder
het jaartal ziet zakt ze
bijna door haar voeten van verbazing.
ze leest:
"ïk vond je
en ik verloor je
tot wederziens,
je vondeling"



111012 (tweede) het gretige duo

op zijn strooptochten langs markten,
braderieën, optochten, verkopingen,
veilingen en andere evenementen
loopt de voorzitter niet alleen
brocante en jog hum
bijna wekelijks tegen het lijf,
de laatste tijd ziet hij ook wong
overal rondscharrelen
met een nieuwe fotocamera,
die hij geërfd zegt te hebben.
hij maakt voornamelijk filmpjes
van zingende en dansende
oosterse lieden: oude mannen
en frêle meisjes die muziek
uit de oost beoefenen
met gekraste stemmen
met gevlekte tropenkoppen en
sierlijke vingerdansen vol
uitgegroeide klauwnagels
sarongs en strakke rokken,
oosterse ogen en zwarte mimiek.
de voorzitter is een beetje blasé
van zijn zoektochten naar speldjes
en kijkt mee met wong.
ze zijn allebei verzot op "gratis!"
zodra ze dat woord ergens ontwaren,
lezen, horen of zelfs denken,
komt hen een waas voor de ogen.
zo raken ze langzaamaan bekend
als "het gretige duo".
er komt steeds minder van zoeken
en filmen maar des te meer van
het vinden van promotiebijeenkomsten
met bijbehorende gratis artikelen.
ze hebben elkaar helemaal gevonden
en moedigen elkaar aan, proberen elkaar
de loef af te steken, te overtroeven,
voor te zijn en te misleiden zelfs.
ze beginnen met afspreken
bij een evenement: niet te vroeg
want dan is er nog te weinig publiek
en ze willen niet te veel opvallen
bij de uitdelers van de gratis
papieren brilletjes, tulpenbollen, kammetjes,
buitenmaatse tandenborstels, ragebollen,
shampoos, sokbeschermers, kortingkaarten,
paperclips, knuffeldiertjes, petten,
koppen soep, kussentjes, douchemutsen,
haringen en noem maar op.
het gaat er namelijk niet alleen om
wie zoveel mogelijk verschillende artikelen
heeft weten bijeen  te krijgen, maar ook
en vooral hoeveel van hetzelfde.
het is dus zaak om niet op te vallen
als ze voor de derde, vierde of vijfde keer
bij de uitdelers langskomen.
daartoe hebben beide verschillende
trucs ontwikkeld: de voorzitter
begint een praatje waarin hij benadrukt
dat hij voor zijn clubleden een sponsorbijeenkomst
gaat organiseren ten bate van een goed doel.
deze aanpak lijkt een eenmalig succes
te kunnen garanderen, maar hij is niet
voor een gat te vangen.
meestal zijn er meer vrijwiligers
die de spullen uitdelen. hij gaat ze
een voor een af en zo sprokkelt hij
heel wat bijeen voor zijn zogenaamde club.
wong tapt uit twee andere vaatjes:
hij voert bij tijd en wijle
zijn familie, de buren, zes kinderen,
neven, nichten en schoonmoeders op,
die hij een enorm plezier zou kunnen doen
met juist en speciaal dit hebbeding.
ten tweede heeft hij altijd enkele brillen,
diverse petten en hesjes, benevens
een vervalste perskaart bij zich om in te zetten.
want het doel heiligt de middelen.
zo brengen de heren menige zaterdag
of zelfs dag des heren
-want niets is ze heilig-
door met dit zoldervullende vermaak.

111012 de engelenboot

vroeg in de morgen, het is niet eens mistig,
geen ochtendnevelen, geen spectaculaire zonsopkomst,
proberen tolma en de boer,
beiden voor de duvel niet bang,
vergezeld door de fotofilosoof
-want je weet maar nooit wat je tegen kunt komen!-
aan te kloppen op het stoomschip, de engelenboot,
om daar eens poolshoogte te nemen
en uit te zoeken wat de bewoners
eigenlijk uitspoken al die tijd.
ze zijn zich er scherp van bewust
dat ze welicht het paard van troje
hebben binnengelaten in hun onschuld.
ach, vrij van vooroordelen
is geen enkele onderzoeker.
maar waar is de klopper,
waar vinden ze de bel of een toegangsdeur?
als ze de loopplank betreden
kraakt die vervaarlijk onder hun voeten
alsof hij zoveel gewicht niet gewend is.
wong komt nog even niet mee.
hij aarzelt want hij houdt niet
van een nat pak en een huis zonder ingang.
tolma en de boer stappen gewoon door
en laten zich pas tegenhouden
door een hekwerk dat bestaat uit
twee kitscherig gekruiste zwaarden...
of vleugels misschien.
tolma rammelt aan het slot,
wenkt wong, maar de boer
roept luidkeels "hallo, volluk!"
wong schuifelt tegendraads en gegeneerd nabij.
hij heeft nu al last van zeebenen
en het zweet breekt hem aan alle kanten uit.
puffend zet hij zijn hoed af,
waarna zich een fluisterende discussie ontspint
over of "hallo volluk" een juist presentatie is.
"doe dan zelf eens wat, lafaard!"
bijt tolma wong toe en die rammelt dus
ook maar eens aan het zwaardvleugelhek.
ze bedenken opeens dat de engelen
ze kunnen zien en horen
zonder zelf een gedaante aan te nemen.
wat te doen? laten ze zich intimideren,
zetten ze door of verzinnen ze iets anders?
helemaal plotseling geeft de stoomfluit
een loeiharde schreeuw, waarop tolma
en wong over elkaar struikelend
de krakende loopplank oprennen.
de boer grinnikt en loeit terug.
struikelend vooral over elkaar
maar ook een beetje over de losse planken
weten tolma en wong de wallenkant te bereiken.
wong is zijn hoed kwijt en durft
die niet te gaan zoeken.
zijn missie zit erop! hij heeft zijn plicht gedaan.
"met geen stok krijgen ze me nog eens
achter die vervloekte engelen aan."
hij maakt zich snel uit de voeten
met tolma kalmpjes achter zich aan.
zij heeft nog nooit de noodzaak gezien
van zich haasten en ook nog
schudt ze haar wijze hoofd tegen bange wong:
"het gaat niet om mij. ik ben
een vrije onvervaarde fotograaf in vredestijd.
het gaat om mijn toestellen."
begint hij alweer praatjes te krijgen.
"maak dan in ieder geval een foto,
zodat er een bewijs is dat we hier waren
en zet die dan in het jolkapellertje
met een oproep voor iedereen,
een wedstrijd, prijsvraag, uitdaging,
loterij of zoiets om inlichtingen
te verkrijgen over de boot en de bewoners ervan!"
"het is een spookschip", rilt wong.
maar even later lopen ze een stukje terug
zodat ze de boot in de verte kunnen zien
en nu maakt tolma met wong zijn scherpste lens
-hij is zelf nergens meer toe in staat-
enkele inzoomfoto's via de zelfontspanner
van hen beiden met het schip op de achtergrond.
als ze een dag later de foto's ontwikkelen
zien ze een dek vol engelen, die glimlachend
wuiven met de boer in hun midden.
de loopplank ligt in duigen in het water.
dan komt de freule melden
dat het schip is verdwenen.
of is het er nooit geweest?

20111011

111011 meer vondelingen

willem is niet de enige die zich illusies maakt
naar aanleiding van de wonderbaarlijke tekst
die wiese walla op haar steen heeft doen beitelen.
aangezien jezus noch maria vondelingen waren
kan de tekst niet naar hen verwijzen.
de koningin komt ook niet in aanmerking,
de paus evenmin, dus wie oh wie was het
die wiese walla tot dit posthume raadsel,
zeg maar deze bekentenis, heeft geinspireerd?
tot wie richt ze zich?
de poeet doorzoekt blozend haar nalatenschap,
pekela informeert in haar geboortedorp,
de freule verkondigt plots overal
dat ze "nog nooit een man bekend" heeft,
hetgeen wong behoorlijk prikkelt.
zou hij de eerste mogen zijn?
hij meent zelf van een chinees
af te stammen,
gezien zijn onverklaarbare voorkeur
voor lichtgetinte vrouwen
met scheve ooglidloze ogen.
tolma haalt haar schouders op
mompelend dat ze wel gekkere dingen
heeft meegemaakt op haar leeftijd,
die ze overigens van harte
op een verhalenavond aan jongelui
zou willen voorleggen en bespreken.
de voorzitter houdt een toespraak
over dat ieder wezen eigenlijk
een eenzame vondeling is en
hij zoekt nog objecten voor zijn verzameling.
wanny vermoedt dat wiese walla
zelf een vondeling was,
hetgeen de tekst wel
een heel merkwaardige draai geeft.
zo gonst en zoemt het in jolkapelle.
tot opeens het schip met engelen,
dat er al zo lang ligt en waar niemand
last van heeft, in het vizier komt
van de roddelredactie van Ons Jolkapellertje.
wat doen ze ook alweer precies
in het dorp en als ze zo behulpzaam zijn
waarom hebben ze wiese dan niet tegengehouden?
niemand is ooit
naar een van hun "verbroederingsbijeenkomsten"
gegaan en ook worden ze niet uitgenodigd
op jolkapelse evenementen.
omdat ze zich onzichtbaar kunnen maken
weet je dus ook niet waar ze zitten.
er moet, vindt het Jolkapellertje,
een onderzoek komen naar hun handel en wandel
en ze moeten ondervraagd worden over de
graftekst en de betekenis ervan.



20111010

111007 de aanbeden vondeling

 het waait en het stormt
in en rond jolkapelle.
willem kan geen rust vinden:
niet alleen voelt hij zich beledigd
door wiese walla
omdat ze hem nooit verteld heeft
dat hij een vondeling was:
-hij is er absoluut zeker van
dat de tekst op haar graf
voor hem bedoeld is.-
hij is ook boos op alle vrouwen
die rondlopen in jolkapelle
en hij zoekt tekenen van verwantschap
in de fotograaf, de boer, de poeet
en zelfs in dies meer.
hij voelt zich geheel omringd
door onverantwoordelijke schoften
die een weerloos kind hebben afgestoten.
dat ten eerste.
en dan: wiese walla aanbad hem dus
en liet dat zo subtiel merken
dat het hem nooit is opgevallen.
hij denkt terug, hij piekert
over zijn kluizenaarstijd,
de periode waarin hij toch zeker
minstens de wijsheid in pacht had.
bezocht ze hem toen?
liet ze iets merken, hielp ze,
redde ze hem? welnee.
welnee welnee...of ziet hij
dingen over het hoofd?
als ze in de buurt kwam,
vaak met takkenbossen
over haar tengere schouders,
hielp hij haar dan?
ze liep wel eens heel erg
dicht langs hem... ja,
en nu herinnert hij zich
dat ze haar vinger
naar haar voorhoofd bracht
en hem iets in het gelaat spuwde.
geen pit of fluim maar een woord,
altijd het zelfde en nooit
lette hij er speciaal op.
er waren zoveel mensen die hem
probeerden aan te spreken, te raken.
nu hij het tafreel nog eens
voor zich haalt ziet hij  haar mond
duidelijk articulerend, indringend.
wat wilde ze zeggen, wilde ze 
het geheim ontsluieren?

als hij op een ochtend
hijgend en snikkend ontwaakt
uit een droom waarin hij neerzat
en zich niet kon verroeren
omdat zijn benen vergroeid waren
met de gretige aarde
hoort hij haar stem, bijna krijsend
die "i-di-oot" roept.

20111004

11103 de dag waarop w. walla 3 en jolkapelle....

de proefexemplaren van "jolkapelle"
en "wiese walla gaat ervandoor" zijn klaar.
padieloe heeft er veel werk aan gehad
en is in leiden aan het kermisvieren,
waarover zo meteen meer.
omeluuk komt met svea naar
de haagse binnenstad om het te vieren.
we drinken wat bij de wiener
vanwege het gebak en svea vertelt
over haar verhuizing naar nederland.
ze is vorig weekeind met omeluuk
naar zweden geweest om de verhuizers
aanwijzingen te geven.
de verhuizers kwamen niet opdagen.
omeluuk moest terug en svea
bleef tot de volgende dag
de spullen in de verhuistruck zaten.
de verhuizers konden niet zeggen
wanneer ze de spullen in nederalnd
zouden komen afleveren.
dat was dinsdag en nu is het maandag.
geen spoor van verhuizers behalve
een bericht dat de truck kapot is.
omeluuk heeft een garagebox gehuurd
en een deel van de spullen moet daarheen,
een ander deel naar zijn huis.
verder is svea bezig met iets
uit het zweeds te vertalen
aan de hand waarvan de commissie
zich een beeld gaat vormen omtrent
of ze geschikt is om in nederland
als handchirurg erkend te worden.
dat moet deze week klaar zijn
en het vervelende is dat de commissie
iedere keer met andere eisen komt,
dus wie weet wat er hierna komt.
ze is ook niet te spreken
over een cursus die ze verplicht
moet volgen over straling.
in zweden bestond die uit een lezing
van drie kwartier, hier is het een
cursus van twee maal twee dagen
voor 900 euro.
daarbij, maar daar hoor je haar niet over,
heeft ze nog steeds geen cent
van haar salaris binnen en ze weet
ook niet precies hoeveel ze verdient
en wanneer het gaat binnenstromen.
ze weigert dat uit te zoeken.
verder moet ze iedere keer,
meestal in de forensentrein,
naar amsterdam reizen waar ze
vroeger in zweden in 10 minuten
ontspannen naar haar werk fietste,
waar ze ook volledige erkenning genoot.
oh ja en de verhuizers
hadden de huisraad op 12 kuub ingeschat
maar bij nader inzien
bleek het 26 kuub te zijn en daar moet
nu ook voor betaald worden.
daar maakt ze zich  boos over,
en terecht, maar omeluuk
mag het niet overnemen of zelfs
zijn vriend martijn de deurwaarder
erover raadplegen.
het is haar nu allemaal
een beetje te veel, hoe omeluuk haar
ook probeert te kalmeren.
we maken een wandelingetje
door de binnenstad naar een winkel
waar omeluuk iets nodig heeft.
het is een gamewinkel en wanny
krijgt er een rondleiding en ziet
allerlei oude en nieuwe cd's,
o.a. voor 1 euro windows '95!
verder is de zaak stampvol met
spelletjescd's, reclames, merkwaardige
muizen en toetsenborden, sticks,
poppetjes en ander toebehoren.
de andere winkel kun je meer
als een liefhebberscentrum beschouwen.
er staat een grote lage tafel
waarrond allerlei halfwassen jongens
minuscule plastik of loden of tinnen
soldaatjes aan het beschilderen zijn
in diverse zeer nauw luisterende kleuren
die te maken hebben met hun positie
en rang en tijd en oorlog.
aan een andere tafel wordt er
oorlogje gespeeld met
beschilderde figuurtjes en wapens,
voertuigen en gebouwen.
door de hele zaak heen kun je
alle mogelijk toebehorens kopen
als tankjes, granaten, huizen
in diverse staat van ontbinding,
kastelen en verfspul in alle gewenste tinten.
alles om het slagveld op te vrolijken
of een stad in puin te suggereren.
...mannen en oorlog...vechten...
denkt wanny, en verder nix
want wat is daar nog niet
 over gezegd en gedacht?
er wordt nog wat gedronken op de Plaats
en wanny rijdt huiswaarts met haar boeken.
in de avond spreekt ze padieloe
die naar eigen zeggen jaren
van zijn leven ingeleverd heeft
door met wiekeloe op zijn fietsje
en vita voorop door 3 oktober
vierend leiden te fietsen.
een grote stoet versperde de doorgang
naar waar hij 15 m verder
met madieleid had afgesproken zodat
ze kilometers moesten omrijden
en wiekeloe helemaal verzenuwd
snikkend in zijn moeders armen kon vallen.
dat had padieloe ook wel gewild
want hij  werd geteisterd door vermoeidheid
en hevige verkoudheid.
toch hadden ze een leuke tijd
op de kermis doorgebracht
voor die te lange fietstocht
door overvol leiden.
vriend volmer zorgde voor wiekeloe
en vita zat met padieloe het geweldig
te vinden in de botsautootjes.
verder werden diverse hardzwaaiende
en -draaiende apparaten aangedaan met
als hoogtepunt het 60m hoge rad.
voor ze erin mochten moest vita
bij een lat gaan staan om te kijken
of ze lang genoeg was om mee te mogen.
ze wilde absoluut niet gemeten worden.
tenslotte bleek ze lang genoeg en
ze was minder bang dan padieloe
die het allemaal wel erg hoog vond.
toen iedereen na de alternatieve
kermis thuis was werd er met vrienden
nog hutspot gegeten en daarna
belde padieloe wanny over of het
was gelukt met de boeken.
het was 22 uur en hij ging meteen naar bed.