20110525

110520 idolen en naäpers

wiekeloe en vita
tijdens het ontbijt al doet vita iets
met haar mond dat het midden houdt
tussen blublubzeggen en spugen.
wanny krijgt kleine druppeltjes in haar gezicht.
ze heeft deze truc afgekeken van wiekeloe
die het geleerd heeft van zijn idool.
dan bekijkt vita wat wanny heeft meegebracht.
de ketting doet ze om en de armband.
die is een beetje aan de grote kant
maar nee die mag niet om haar enkel,
zegt ze, "want het is een armband".
de sieraden lijken op grote smarties
maar je kunt ze jammer genoeg niet opeten.
de knijpkat bevalt matig en dan begint ze opeens
wanny op te voeden: "jij mag dat niet!"
wat wanny niet mag is op de bank zitten,
jij mag niet hier zitten
jij mag niet dit pakken,
jij mag niet daar zijn, jij
mag niet dat doen, jij mag
niet hier aankomen, jij mag niet
dat hebben, jij mag niet
lachen, ga weg jij mag
dat niet zeggen jij mag niet konijn
pakken jij mag niet lopen
jij mag dat niet doen" en zo maar door.
"hou nou maar op!"werpt wanny
af en toe teneergeslagen tussen
denkend aan al die oma's die
kleinkinderen hebben die stapelgek op ze zijn
en af en toe roept padieloe
vanuit de keuken waar hij
de wasautomaat aan het leeghalen is:
"dat mag oma wel en hou daarmee op, vita."
maar vita heeft er zin in
en dan weet padieloe een oplossing.
hij vraagt kalmpjes of oma misschien even
vita haar schoentjes mag vasthouden.
ja, dat mag oma.
oma pakt de schoentjes en bekijkt ze,
houdt ze vast en iedereen is tevreden
al kijkt oma wat overspannen op de foto.
dan wordt er gepraat over de blauwe nageltjes
van vita en het nieuwe zonnescherm en
er worden foto's gemaakt door padieloe, vita en wanny.
 padieloe en wanny spreken over het idool van wiekeloe
dat hij zo bewondert dat hij het
tot in de kleinste details imiteert en wel
speciaal op het gebied van pesten en vervelen.
als hij het idool een uurtje heeft gezien
praat hij als het idool, kijkt hij
als het idool, beweegt hij als
het idool, schreeuwt hij als het idool,
treitert hij als het idool, luistert
naar niemand, is niet meer
voor rede vatbaar, en dat houdt
enkele dagen aan.
er wordt aan een oplossing gewerkt.

"zal ik wel meegaan?"
vraagt wanny als padieloe op het punt staat
om wiekeloe van school te halen.
"natuurlijk ga je mee!"zegt padieloe.
in de auto luisteren ze naar de oude liedjes
en dan wachten ze met hun drieën op wiekeloe.
die komt de school uitgestormd
recht op padieloe af en wanny hoort
padieloe zeggen "nee, dat was niet afgesproken.
je gaat niet bij maarten spelen
oma is er en je gaat mee naar huis.
ik ben niet voor niets hierheen gekomen..."
waarna oorverdovend gegil volgt
en geschreeuw van "dat is gemeen"
en "waarom niet" en " je luistert niet".
gegil gestampvoet en zo is het genoeg,
vindt padieloe en hij
 pakt wiekeloe bij kop en kont,
slingert hem over zijn schouders en
tilt hem langs andere ouders en klasgenoten
naar de auto terwijl wiekeloe probeert
hem zoveel mogelijk te schoppen en slaan,
zijn schooltas eerst gebruikend,
maar als wanny die vastpakt gooit hij die weg
 en gaat verder met zijn vuisten steeds maar
hetzelfde brullend en steeds vaker
"je luistert niet!"ertussen vlechtend.
hij gaat wel de auto in en dan vraagt padieloe
waar hij dan niet naar luistert.
wiekeloe had de ouders van maarten
willen vertellen dat hij niet meekwam.
dat is nu niet gebeurd en dat is gemeen.
padieloe vertelt dat hij de moeder van maarten
heeft ingelicht toen wiekeloe dat niet zag.
de vader heeft hij niet gesproken.
dan wordt wiekeloe stil en padieloe zegt
dat hij niet goed wordt van dit gedoe
en heel boos. wiekeloe is nog een tijdje stil.
wanny en vita zeggen al die tijd nix.
dan opeens zegt padieloe tegen wanny
"toch kan wiekeloe ook heel lief zijn.
gisteravond toen madieleid en ik weggingen
en de kinderen bij de babysit achter moesten blijven,
begon vita te gillen van "mammamamma"en toen
heeft wiekeloe laten zien  hoe haar te troosten.
dat was heel lief."
"het is ook heel vaak een heel lief kind."
beaamt oma braaf en dan valt wiekeloe
in slaap tot padieloe hem wekt voor de deur.
hij loopt het huis binnen, gaat zitten
op de bank en vraagt wanny of ze
bij hem wil komen zitten.
wanny vertelt dat ze de ginko en kiwi in de tuin
er erg droog vindt bij staan en weldra
is wiekeloe ze ruim aan het begieten.
dan pakt vita haar fietsje en wiekeloe zegt
dat ze tot die en die boom mag rijden.
dat doet ze en dan pakt wiekeloe
ook zijn fietsje en nodigt wanny,
die net zat bij te komen met een biertje
om mee te gaan naar de speeltuin.
ze mag het glas wel meenemen.
daar fotografeert ze de kinderen
op verzoek en spontaan en iedereen
is aardig en gezellig.
wiekeloe wijst haar de dame met de hondjes
die zojuist weer passeert aan en
ze hebben even een gesprek over of het
zielig is voor het hondje en of
het pijn heeft en over hoeveel
die mevrouw van dat hondje houdt.
ook vraagt wanny hem
om een vertrouwensdienst
voor vaderdag. ze spreken iets af.
 na een poosje
komt padieloe ook kijken.
hij ziet er bekaf uit en zegt
dat opvoeden niet makkelijk is.
dat lijkt wanny ook.

20110520

110520 woeste poemen van wanny

modder zal ik bliksemen
op je smetteloze revers
en mijn hakken zet ik
in je zanderige hoofd
krachtig treed ik op
tegen je glansgepoetste schoeisel
diepe krassen haal ik
over je roodgelakte automobiel.
dit is het begin nog maar
nu ga ik door totdat
de grutto's me verblijden
met hun argeloos gebroed 

 ----

er is zwaar weer op til
je oog verflenst
vertroebeling hogerop
en alle schijn
wordt zo doorzichtig
als het broze vel over je handen
onhoorbaar haak je af

-----

ruchtbaarheid nee
daar beginnen we niet aan
je archief blijft gesloten
zolang ik nog diskreet
toedek wat vermijdbaar was
onogelijk en verzengend
ik wacht niet tot morgen
met het openrukken
van de beerput.
ruik de stank
die komt je halen

---

je masker is uitgewist
onaangedaan bekijken je boeda's
je naakte gelaat
hun bevroren glimlach
jaagt je van huis
je zult rust vinden noch duur
voor die meedogenloze spiegels

het verlangen naar zeewind
neemt alsmaar toe
wakker me aan
mijn vlam laait op
onder jouw vallend licht
---

verberg me nooit meer
ik zal niet wachten
uitbrekend vermorzel ik
je ruiten ik sla
je ogen in de boeien
dan ben ik ongezien
genadeloos en trouw
dan dring ik zichtbaar
door je tuitende oren
je kunt niet meer terug

20110516

110514 jolkapelle brocante

brocante

ze heeft vanaf haar vroege jeugd
rondgezworven langs 's heren wegen
om te ontsnappen aan het gezellige gekrakeel thuis,
waar haar ouders het bestaan hadden
16 kinderen het licht te doen zien,
die onderhouden werden met
de handel in melkproducten.
brocante was namelijk doof.


daardoor zag ze des te beter,
hetgeen haar vanwege niet
gemakkelijk kunnen meepraten
geregeld de straat op leidde
alwaar ze haar eigen stille avonturen beleefde,
die voornamelijk te maken hadden
met vondsten en bezweringen.
het begon als een ritueel wanneer ze
een rode auto in het vizier kreeg.
als ze dan eerst haar linkerduim bevochtigde,
die afdrukte op de open rechterhand,
er vervolgens bliksemsnel mee
haar voorhoofd aanraakte en direct
in de handen klapte, dan zou ze
binnen twee dagen iets vinden,
iets heel speciaals waar ze wat aan had.


er reden in die tijd
niet zo gek veel rode auto's, maar soms
kwam er wel eens aan op het dorp.
voor het ritueel maakte het niet uit
of alle auto's verschilden.
het gold net zo goed als
de auto even uit je gezichtskring verdwenen
was geweest en dan weer opdoemde.
zo gebeurde het dat haar ouderlijk huis,
waar ze slechts een nachtkastje het hare mocht noemen,
de trofeeën niet meer kon herbergen
die ze links en rechts had opgedaan
en ze zocht naar ruimte om
haar schatten te stallen.


op haar elfde had ze al een schuurtje bemachtigd
bij een alleenstaande heer, maleis genaamd,
een oude vriend van wiese walla,
die plezier in haar had zonder belangstelling
voor het onderste uit de kan.
hij vergezelde haar zelfs wel eens
op haar strooptochten, hielp haar
met het versjouwen van steeds grotere vondsten
naar het schuurtje achterop het terrein van de boer,
weldra naar de schuurtjes, de tuin
en op het laatst een loods, waar ze
toen ze 15 was voor het eerst open huis hield.
iedereen in jolkapelle, de goeroekraal en
omliggende buurtschappen werd uitgenodigd
om te komen kijken,.. en kopen liefst.
bij die gelegenheid bleek al
dat ze moeite had met het doen van afstand
van de spullen die ze zo enthousiast
bijeen had gescharreld.


aan al wat er stond zat een dierbaar verhaal vast,
waar de koper absoluut van op de hoogte
moest worden gesteld en altijd kon hij
het gekochte terugbrengen.
meer kon ze niet doen. ze verbeet zich
want in haar eigen onderhoud voorzien
dat vond ze vanzelfsprekend, niet zeuren dus.
ze begon plezier te krijgen in het rekenen
en berekenen wat dingen waard waren.
ze reisde soms zelfs om uit te zoeken
wat ze voor haar spullen kon vragen.
het was, ontdekte ze, niet altijd juist
dat iets waard is
wat de gek ervoor geeft.

20110515

110513 jolkapelle de nalatenschap

de nalatenschap

de spullen van wiese walla zijn niet verloren.
een toegewijde liefhebber van kerkelijke trofeeën,
pausafbeeldingen, processieplaatjes,
heiligenbeelden, baldakijnen, kazuivels, cibories
en bidstoelen heeft zich ontfermd
over de verzamelde kerkelijke parafernalia
van wiese walla.


de man is anarchist
vanwege de protestanten die de nederlandse troon
 bezetten en menige met veel godsliefde gebouwde kerk,
dus de verzameling betreffend het koninklijk huis
is terecht gekomen bij de oranjevereniging,
die er de kantine mee heeft ingericht.
de rest van het interieur
is aangekocht door brocante,


die enkele dorpen verderop een zaak drijft
die boeklezerij "colette"
van jogje horseman uit de goeroekraal 
met gemak naar de kroon steekt.

20110514

110511jolkapelle het zwaard

het zwaard


in jolkapelle schijnt iedereen
wel iets te hebben om zich voor te schamen
en waarvan hij hoopt dat anderen
hem er nooit meer aan herinneren.
willem wordt dus moeiteloos opgenomen
en het verdriet om het verlies van wiese walla
en de plannen om haar ideeën te verspreiden,
haar te eren en, als ze wellicht
een wonder zou willen verrichten,
haar te laten zalig- of zelfs heilig verklaren,
verenigen hem met types als de boer,
de poeet, de freule, de fotofilosoof
en dies meer, die geregeld overkomt
uit het land van de goeroes en die
in het jolkapellertje beschouwende stukjes schrijft
over haar doen en denken en met name
over het hoe en waarom van haar op het laatst
zeer sombere kijk op het leven,
die zich uitte in angstige wiese wallaatjes,
die pas na haar dood te voorschijn kwamen.
ze leek een zwaard te voelen
dat boven haar hoofd hing.
 wie ze leest, raakt zelf verontrust
want beseft dat boven ieder levend wezen
een losjes bevestigd zwaard bungelt.
"dus, " schrijft dies meer
"laten we daar geen acht op slaan.
wiese kon er niet meer tegen,
maar zolang wij de kracht kunnen opbrengen
is het onze plicht ook jegens haar
om te negeren wat we niet kunnen voorkomen,
dat weerhoudt ons van de consequenties
die zij helaas heeft getrokken."

20110513

110511jolkapelle3 het beeld

het beeld

de boer tracht zich tegenwoordig
te beperken tot wat hij wèl kan.
zijn therapeutenervaringen liggen hem
nog iedere nacht zwaar op de maag.
hij doet zijn best om zich niet te bemoeien
met de merkwaardige types die zijn huis
tegenwoordig bevolken.
er zijn de laatste maanden twee cliënten
-pardon bewoners of nee, hoe moesten ze
ook alweer genoemd worden?-
bij gekomen waarop hij een oogje houdt.
daarbij is wiese walla weggevallen,
een zeer ernstig verlies, dat hij
slechts kan dragen door haar
onbegrijpelijke wiese wallaatjes
te pas en te onpas te citeren
en door op eigen initiatief een standbeeld
voor haar te doen construeren,
geheel en al aan de hand van zijn aanwijzingen,
zodat ze niet postuum
het slachtoffer zal worden
van de merkwaardige vrijheden
die menige kunstenaar zich permitteert
in de hoop zich te onderscheiden,
zodat het meer een beeld van hemzelf wordt
dan van de geportretteerde.
wiese walla moet levensecht, levensgroot
met haar gietertje, haar heldere blik,
haar pezige figuur rondscharrelen
in de moestuin.
dat zal haar goeddoen!

20110512

110511 jolkapelle 4 willem en kort

willem en kort


de eerste gast, zullen we maar zeggen,
is willem, zojuist weergekeerd uit spanje
en nog wat beschaamd dus gemakkelijk te hanteren
en bovenal ook een medebewonderaar van wiese walla,
die de visie van de boer betreffende het standbeeld
met meer dan hartelijke instemming begroet.
de tweede is kort van memorie,
een man die zijn ei moeilijk kwijtkan,
en als het dan eindelijk gelegd is
niet meer weet waar het hem ontviel
en waarom hij er zoveel moeite mee had.
hij denkt, sinds hij de laatste poëmen
van wiese walla heeft gesavoureerd,
ook al dat hem een zwaard boven het hoofd hangt,
dat ieder moment kan vallen.
zijn grote zorg is dat zijn hoofd
zich er op dat cruciale moment
niet precies onder bevindt
zodat hij niet op slag dood is
en wellicht moet voortleven
met vreselijke en akelige verwondingen
die hem in de griezelige experimenteerarmen
drijven van de orde der plastische chirurgen.
hij doet wat hij kan: hij loopt altijd
keurig rechtop en voor de rest
zit hij boordevol emoties,
zonder dat die echter in empathie ontaarden.
hij houdt het hoofd boven water
met het herlezen van de oude wiese wallaatjes
en het verrichten van nuttige werken
zoals daar zijn: hand- en spandiensten
voor de boerin -afwassen, spitten, kippen voeren,
aardappels poten, dekbedden verschonen,
bloemen bewateren-
en andere dingen waarmee hij zich
op de achtergrond kan houden.
hij voelt zich op zijn gemak met willem.

20110511

110511 jolkapelle willem weerom

willem weergekeerd

het bericht over de dood van wiese walla
heeft willem in spanje bereikt.
hij is er zo door aangeslagen
dat hij sinterklaas verlof vraagt
om de begrafenis bij te wonen
van de vrouw die hij zo bewonderde,
die alles had wat hij meende te missen,
die nooit voor haar gelijk hoefde te vechten,
die zich kalmpjes liet overtuigen,
zonder wantrouwen zonder angst
en zonder iets te willen veranderen, aanpassen.
wiese walla is dood en willem
moet en zal naar jolkapelle
om haar uitgeleide te doen.
zodra hij aan wal stapt
is hij  weer helemaal thuis,
voelt hij dat dit zijn land is,
zijn volk, de ruimte waarin hij wil klinken,
zoals de man van mars
dat zo ongeëvenaard uitdrukte.
hij voelt een snik van heimwee, nu pas.
nooit wil hij hier weer vandaan.
hij neemt zonder aarzelen zijn intrek bij de boer
waar wiese walla haar laatste jaren sleet
en hij hoopt dat iedereen vergeten is
wat hij heeft gedaan en ondervonden,
hoe hij idealen verkondigde en verloor,
hoe hij weifelde en knopen poogde door te hakken.
een mens kan veranderen...zegt hij bij zichzelf
maar daar is dan meteen weer dat rotstemmetje
"weet je het wel helemaal zeker, willem? "
hij besluit dat je je ergernis
niet altijd kunt bedwingen maar wel
kun je weigeren je erdoor te laten leiden.
dat is hij vast van plan.

20110510

110510 kort van memorie boek 2

waren er dieren
-behaard, geslepen-
die ons controleerden:
ik reikte ze prijzen uit
totdat ik zelf -terecht-
werd uitgewist
---

schrijf je de roest van je af
wortel je stevig in  klei
denk maar niet
-nee denk wèl, denk maar
verbeeld je gerust
dat je ontsnapt
dat het jou wèl lukt
ik zegen je



stamel je stapel je
murmurerend en kalm overleg
of zie je verweesd en ongeneselijk
vredige tafrelen in de verte,
glimlach en welkom achter de zon,
dan is je verlangen
springlevend dan kun je
zonnebloemen oogsten
berenklauwen toucheren
dan ben je verloren,
verlost voor je het weet
niet versagen dus!

---

geluk dat is:
vitaal blaffende honden
in regen dat het giet
---

het is zó gebeurd
bouwmachines -nou ja, bouw?-
aangevoerd op lange wagens
's avonds gestald
vroeg in de ochtend uitgeladen
rijden ze ronkend
-kwalijke dampen-
je vergezicht aan diggelen

---

wie ben je zèlf
moordenaar slachtoffer?
allebei ben ik
ik ben een kind een mens

---

waar wolkenluchten
wankelend en zwaar bezoedeld
het firmament doorzwalken
daar staat de zon om schitterend
en onvertogen onheil te brengente verzengen,  te weren soms.
ademloze schouwspelen
je kijkt en in je ogen
flitst je falen op
en het er niet toe doen
onder wervelingen
die nooit vergaan

---

het vervullen van kleine wensen
je handen uitstrekken
om de val te breken
zalvende woorden van troost
en toeverlaat -zelfs, toe maar:
daarmee ja daarmee
verbeter je de wereld.
nou èn?

---

verwerf kennis op kennis
stapel je verworvenheden
kijk niet op of om
zie het niet aankomen
ga spelend ten onder
dan ben je tenminste
jezèlf te slim af


---

waar gemoedsrust op wil doemen
loeren gevaren bij de vleet
het einde is bekend
er wordt volop geraden
naar het hoe en waar, wanneer
er is geen houden aan
maar rekken, tegenwerken
vechten tot het over is
en de doden worden begraven.

---


hoe verzin je zin?
daar moeten goden
en hemelen aan te pas komen
vind ze uit en flux
ik kan niet langer wachten

---

zet je bril af keer in
ach onontkoombaar horen
je oren het aanwassen
van woelend verzet
tegen hier en nu tot later
slaap je tot genade strekt

---

omgewoelde aarde
puinhopen verdieping
verhoging verwoesting
ongerief en overlast
vernietiging en woestenij
ontsnap, houd ramen
en gordijnen potdicht
concentreer je op virtuele werelden
van de ene onbegrensde mogelijkheid
naar de andere ongekende verrukking
totdat de zieke kat
om eten mauwt


---

als na zoveel droogte
je gebed verhoord wordt
regen klopt en tikt aan je venster
laat dan je kleren hangen
en roepend sta je naakt
de druppels te ontvangen
zolang maart roert zijn staart
zolang ben je nog niet verloren

---

verwijzingen naar nu en toen vervallen
misschien blijft hier en daar nog werken
tot regen ruisend
de storm overwint
en sloten volstromen
met onvervroren kikkergekwaak




als er ooit hoop was
dan ging die
er snel vandoor
maar nooit zo hard
dat je hem niet
na woeste achtervolging
in de kladden kon grijpen.
had je hem tenslotte hijgend beet
dan brak hij
nodeloos en heel banaal

---

ze hopen op beter
nadat ze het beste
achter zich lieten
met opgeheven vuist
stormen ze beschaving
ondergang tegemoet