en garde!
"ik heb een bloedneus gehad" sprak wiekeloe trots
toen hij de lift uitkwam.
vita keek een beetje sip:
zij had niet zoiets interessants te melden.
later op de dag bleek zij het snelst
op haar handen te kunnen lopen.
onderweg in de polder leert wanny
wiekeloe bootjes van rietstengels te maken.
ze hebben voor de regen gescholen
en nu het droog was worden alle sloten
oostelijk van wanny haar woning geïnspecteerd
op vissen, schaatsertjes, slakken en kikkers.
wanny weet niet of je een schaatser ook
een "schrijverke" kunt noemen en stelt
voor dat even aan padieloe te vragen,
die zich in het gras heeft neergevlijd.
"pappa weet ook niet alles, hoor!"
waarschuwt wiekeloe. padieloe kondigt aan
het te zullen vragen aan de gids die
twee dagen later wiekeloe zijn afscheid
van de kleuterschool met een excursie
zal begeleiden. - een groot succes blijkt later,
waarbij een jongen werd ontdekt die
nog heviger in het leven in de sloot
is geïnteresseerd dan wiekeloe
en waarbij wiekeloe allerlei dingen
kado kreeg waar hij dol op is,
zoals stenen en waarbij hij trakteerde
op snoep in de vorm van insecten.
padieloe en madieleid waren bijna dood
van vermoeidheid maar de dag
was uiterst geslaagd en vol vreugde verlopen
met wiekeloe als charmante gastheer.-
we hadden uitgebreid ontbeten
en de foto's van padieloe zijn kanovakantie bekeken
en ook wat bizarre filmpjes over
merkwaardige wedstrijden zoals het
in elkaar zetten van een bij een wasmiddel
geleverd pietepeuterig popje en het
in een stedelijke omgeving proberen
met je tomtom
een dierenfiguur te tekenen.
we spelen een potje pesten maar eerst
roept vita plots "en garde!" . ze heeft een
van de tochtdieren beet en wiekeloe gaat
onmiddellijk op zoek naar nog zo een ding.
als dat gevonden is beginnen ze
er elkaar mee te lijf te gaan onder
het uitroepen van de strijdkreet
van de drie musketiers.
tijdens het pesten verkent vita het interieur
en komt om de beurt aanzetten met
de verrekijker, de hoelahoep, knijpkat,
vergrootglas en tomaatjes.
ze hoeft evenmin als wiekeloe kersen
maar voert ze aan padieloe en wanny.
dan eindelijk òp naar de polder
waar vita eigenlijk alleen maar op padieloe
zijn schouders wil zitten en hij dat af en toe
uitstelt met opmerkingen als: "ok, je mag als
we bij het volgende pad zijn." dat gaat goed.
ze blijft steeds zo dicht mogelijk bij hem in de buurt.
als wiekeloe de bootjes toont
komt zij aandacht vragen voor een schapenbloem.
iedereen moet eraan ruiken.
zij ruikt zelf iets, padieloe ook,
wanny kan niet zo goed ruiken.
wiekeloe is zeer aanminnig
en wanny komt er zelfs toe om hem te vertellen
over dik trom, pietje bel en bulletje en bonestaak.
hij lacht hard om de pannenkoeken die door de schoorsteen
verdwenen en op de kop van bulletje terechtkwamen
en vertelt dat hij afscheid heeft genomen
tot zijn spijt van een jongen van school
die zo leuk kon lachen, achter zijn hand.
hij doet het beeldend na.
hij is ook een dagje naar zijn nieuwe school
geweest en heeft daar leren schrijven:
"ik" en "maan". wanny dacht aan "naam"
en vertelde dat ze had uitgedokterd
dat wiekeloe en vita hun namen
allebei 7 letters bevatten en bovendien
hebben ze allebei 4 letters hetzelfde.
"5" zegt padieloe na even denken, "want de e
komt in de ene naam 2 maal voor."
wanny heeft het nieuwe en laatste
wiese wallamanuscript naar hem gestuurd
en hij vindt dat ze niet volledig is
op de achterkaft, want
naast de "recensies" hoort ze ook
te vermelden dat "het voorgeborchte"
helaas is afgeschaft. zo moet het!
wiekeloe zegt: "ik noem pappa vaak oen".
wanny: "je moet nooit je vader uitschelden!"
"ja maar hij zegt het ook tegen mij!"
padieloe: "alleen als jij mij zo noemt!"
opgelost dus!
bijna thuis kijken we even in een slootje
en zien net een kikker wegspringen.
dan gooit wiekeloe er een van de stenen
die hij heeft opgeraapt achteraan
en op hetzelfde moment voelt hij
een oorveeg, zacht, ingehouden maar onmiskenbaar.
wanny en hij zijn allebei verbijsterd.
hij huilt en zegt dat ie niet
op de kikker heeft gemikt,
wanny biedt haar excuses aan
padieloe leidt ze allebei af en weldra
gaan ze door en mag wiekeloe
de overige stenen in een grote vijver
werpen, toegejuicht vanwege hoe ver.
alles weer koek en ei hoewel wanny
verstomd staat van zichzelf en zich afvraagt
of haar hand nooit vaker is "uitgeschoten"
de kinderen gaan de auto in
en als padieloe
nog even met wanny praat
voegt wiekeloe haar toe:
"ga naar huis!" en padieloe corrigeert
geduldig dat je dat niet moet zeggen
als je iemand voorlopig niet zult zien
want ze gaan op vakantie
en de volgende ontmoeting zal vervallen.
wanny trekt het zich eens
een keer niet aan en wenst ze toe dat ze
nog even lekker slapen in de auto
want vanavond moeten ze naar het strand.
ze steken allebei een duim in de mond
en doen alsof ze slapen wanneer ze wegrijden.
padieloe is net zo moe
als de kinderen en hij moet ook
's avonds nog voort en het huis
moet ook nog opgeruimd.
"tropenjaren" denkt wanny, die onmiddellijk
haar bed opzoekt en probeert
niet zo zorgelijk te zijn.
dagen later schiet haar het praatje
tebinnen dat ze met wiekeloe maakte
over dat de rode kater nu
"in de kattenhemel is,
bij jullie kat. en nu spelen ze samen
en af en toe kijken ze naar beneden."
"dat kan niet" zegt wiekeloe
"want onze kat ligt onder de grond."
niet zo zorgelijk te zijn.
dagen later schiet haar het praatje
tebinnen dat ze met wiekeloe maakte
over dat de rode kater nu
"in de kattenhemel is,
bij jullie kat. en nu spelen ze samen
en af en toe kijken ze naar beneden."
"dat kan niet" zegt wiekeloe
"want onze kat ligt onder de grond."
Geen opmerkingen:
Een reactie posten