20110718

u, vondeling, aanbid ik

zoals langzamerhand steeds duidelijker wordt
verkeert willem graag in gewetensnood.
zijn spaanse tijd ontlastte hem een poos:
de dwang, de strakke leiding van sinterklaas
alsmede het zuidelijke temperament
van zijn collegae, gaven hem geen ruimte
om zich af te vragen of hij niet
anders moest denken en zijn
of had moeten willen of kunnen.
doen wat gedaan moest worden deed hem goed.
nu hij weer op eigen benen staat
moet hij helaas constateren
dat hij geen richting kan vinden,
geen weg die hij zou willen inslaan,
geen ideaal dat hij kan omarmen
om zijn leven aan op te offeren.
wiese walla is dood en
er staat zelfs een heuse steen
op haar graf, waarin haar naam
 correct gebeiteld, dat eindelijk.
 maar er is iets anders,
iets dat willem eindeloos bezighoudt.
er staat onder die naam:
"u, vondeling, aanbid ik"
wat wil ze daarmee zeggen en tegen wie?
ze heeft deze woorden niet voor niets
achtergelaten voor wie haar komen bezoeken.
wat, oh wat heeft dit te betekenen?
hoe langer willem erover nadenkt
hoe onrustiger hij wordt.
wie bedoelt ze, voor wie
heeft ze juist deze uitzonderlijke tekst
in haar steen laten zetten?
kent hij een vondeling?
een aanbeden vondeling, wie
zou dat niet graag zijn?
aanbeden door wiese walla zelf,
dan moet je welhaast een halfgod zijn!
hij keert steeds weer terug naar
het graf met de intrigerende tekst
en hij raakt ervan overtuigd
dat het zijn opdracht, lot misschien, is
om dit raadsel op te lossen.
wie weet wat voor een verrassing
 hem te wachten staat.
hier vindt hij een taak, een levensdoel.
ten eerste gaat hij interviews organiseren
met nabestaanden en buren.
ten tweede moet hij haar archieven
te pakken zien te krijgen,
redden wat er te redden valt sinds ze
in handen zijn gevallen van
 een onbetrouwbare  executeur.
hij zal heel jolkapelle eens laten zien...

20110717

Jo Chum en Brocante

Jo Gum is ten eerste een fries
ten tweede een verzamelaar.
zijn connecties met Brocante
zijn puur van evenbeeldigen aard.
waar Jog wat afwachtend is
grijpt zij meteen de koe bij de hoorns.
waar hij kopen belangrijker vindt
dan verkopen, vinden ze elkaar.
Brocante wenst absoluut dat haar vergaarde schatten
terecht komen bij nostalgische liefhebbers
die er de waarde van inzien,
ze koesteren en ze zorgzaam
van een passende ambiance voorzien.
Jo zou het liefst al zijn kostbaarheden
bijeen houden en hij verkoopt
meer vanwege ruimtegebrek
dan omdat hij geld nodig heeft.
de koper moet ook grote interesse tonen
in juist dat bepaalde werk
en krijgt allerlei achtergronden
te horen, liefst in het fries,
met passende muziek tijdens de onderhandeling
vanaf een grammofoonplaat of soms zelfs ceedee.
beide kooplieden hechten aan het verleden
en proberen dat vast te houden
met geestverwanten, want tegen de trend in
van "weg met die zooi" en
"opruimen die ouwe stinktroep"
en "allemaal stofnesten" en ook nog
"ik kan alles op de computer vinden!"
we koesteren deze unieke jolkapellers
en het hele dorp is trots op ze.

20110705

110701 en garde!!!

en garde!

"ik heb een bloedneus gehad" sprak wiekeloe trots
toen hij de lift uitkwam.
vita keek een beetje sip:
zij had niet zoiets interessants te melden.
later op de dag bleek zij het snelst
op haar handen te kunnen lopen.

onderweg in de polder leert wanny
wiekeloe bootjes van rietstengels te maken.
ze hebben voor de regen gescholen
en nu het droog was worden alle sloten
oostelijk van wanny haar woning geïnspecteerd
op vissen, schaatsertjes, slakken en kikkers.
wanny weet niet of je een schaatser ook
een "schrijverke" kunt noemen en stelt
voor dat even aan padieloe te vragen,
die zich in het gras heeft neergevlijd.
"pappa weet ook niet alles, hoor!"
waarschuwt wiekeloe. padieloe kondigt aan
het te zullen vragen aan de gids die
twee dagen later wiekeloe zijn afscheid
van de kleuterschool met een excursie
zal begeleiden. - een groot succes blijkt later,
waarbij een jongen werd ontdekt die
nog heviger in het leven in de sloot
is geïnteresseerd dan wiekeloe
en waarbij wiekeloe allerlei dingen
kado kreeg waar hij dol op is,
zoals stenen en waarbij hij trakteerde
op snoep in de vorm van insecten.
padieloe en madieleid waren bijna dood
van vermoeidheid maar de dag
was uiterst geslaagd en vol vreugde verlopen
met wiekeloe als charmante gastheer.-
we hadden uitgebreid ontbeten
en de foto's van padieloe zijn kanovakantie bekeken
en ook wat bizarre filmpjes over
merkwaardige wedstrijden zoals het
in elkaar zetten van een bij een wasmiddel
geleverd pietepeuterig popje en het
in een stedelijke omgeving proberen
met je tomtom
een dierenfiguur te tekenen.
we spelen een potje pesten maar eerst
roept vita plots "en garde!" . ze heeft een
van de tochtdieren beet en wiekeloe gaat
onmiddellijk op zoek naar nog zo een ding.
als dat gevonden is beginnen ze
er elkaar mee te lijf te gaan onder
het uitroepen van de strijdkreet
van de drie musketiers.
tijdens het pesten verkent vita het interieur
en komt om de beurt aanzetten met
de verrekijker, de hoelahoep, knijpkat,
vergrootglas en tomaatjes.
ze hoeft evenmin als wiekeloe kersen
maar voert ze aan padieloe en wanny.
dan eindelijk òp naar de polder
waar vita eigenlijk alleen maar op padieloe
zijn schouders wil zitten en hij dat af en toe
uitstelt met opmerkingen als: "ok, je mag als
we bij het volgende pad zijn." dat gaat goed.
ze blijft steeds zo dicht mogelijk bij hem in de buurt.
als wiekeloe de bootjes toont
komt zij aandacht vragen voor een schapenbloem.
iedereen moet eraan ruiken.
zij ruikt zelf iets, padieloe ook,
wanny kan niet zo goed ruiken.
wiekeloe is zeer aanminnig
en wanny komt er zelfs toe om hem te vertellen
over dik trom, pietje bel en bulletje en bonestaak.
hij lacht hard om de pannenkoeken die door de schoorsteen 
verdwenen en op de kop van bulletje terechtkwamen
en vertelt dat hij afscheid heeft genomen
tot zijn spijt van een jongen van school
die zo leuk kon lachen, achter zijn hand.
hij doet het beeldend na.
hij is ook een dagje naar zijn nieuwe school
geweest en heeft daar leren schrijven:
"ik" en "maan". wanny dacht aan "naam"
en vertelde dat ze had uitgedokterd
dat wiekeloe en vita hun namen
allebei 7 letters bevatten en bovendien
hebben ze allebei 4 letters hetzelfde.
"5" zegt padieloe na even denken, "want de e
komt in de ene naam 2 maal voor."
wanny heeft het nieuwe en laatste
wiese wallamanuscript naar hem gestuurd
en hij vindt dat ze niet volledig is
op de achterkaft, want
naast de "recensies" hoort ze ook
te vermelden dat "het voorgeborchte"
helaas is afgeschaft. zo moet het!
wiekeloe zegt: "ik noem pappa vaak oen".
wanny: "je moet nooit je vader uitschelden!"
"ja maar hij zegt het ook tegen mij!"
padieloe: "alleen als jij mij zo noemt!"
opgelost dus!
bijna thuis kijken we even in een slootje
en zien net een kikker wegspringen.
dan gooit wiekeloe er een van de stenen
die hij heeft opgeraapt achteraan
en op hetzelfde moment voelt hij
een oorveeg, zacht, ingehouden maar onmiskenbaar.
wanny en hij zijn allebei verbijsterd.
hij huilt en zegt dat ie niet
op de kikker heeft gemikt,
wanny biedt haar excuses aan
padieloe leidt ze allebei af en weldra
gaan ze door en mag wiekeloe
de overige stenen in een grote vijver
werpen, toegejuicht vanwege hoe ver.
alles weer koek en ei hoewel wanny
verstomd staat van zichzelf en zich afvraagt
of haar hand nooit vaker is "uitgeschoten"
de kinderen gaan de auto in
en als padieloe
nog even met wanny praat
voegt wiekeloe haar toe:
"ga naar huis!" en padieloe corrigeert
geduldig dat je dat niet moet zeggen
als je iemand voorlopig niet zult zien
want ze gaan op vakantie
en de volgende ontmoeting zal vervallen.
wanny trekt het zich eens
een keer niet aan en wenst ze toe dat ze
nog even lekker slapen in de auto
want vanavond moeten ze naar het strand.
ze steken allebei een duim in de mond
en doen alsof ze slapen wanneer ze wegrijden.
padieloe is net zo moe
als de kinderen en hij moet ook
's avonds nog voort en het huis
moet ook nog opgeruimd.
"tropenjaren" denkt wanny, die onmiddellijk
haar bed opzoekt en probeert
niet zo zorgelijk te zijn.
dagen later schiet haar het praatje
tebinnen dat ze met wiekeloe maakte
over dat de rode kater nu
"in de kattenhemel is,
bij jullie kat. en nu spelen ze samen
 en af en toe kijken ze naar beneden."
"dat kan niet" zegt wiekeloe
"want onze kat ligt onder de grond."