"eigenlijk gebeurt er nooit wat
in jolkapelle aan de sloor
en dat is altijd een heel gedoe:
alles stroomt, niets beklijft
en al dobberend en kabbelend
vinden wereldwonderen plaats
alsof het niets is.
terwijl in het heelal de hitte stijgt,
stofwolken van sterrengruis samenklonteren,
inklinken, ontploffen, terwijl
stervende sterren zwarte gaten achterlaten
heel wat groter dan ooit
een jolkapeller kan bevroeden,
worden er daar plannen beraamd,
gebouwen gesloopt, akkers geploegd,
en wordt erop los gezwetst alsof de eeuwigheid
nog wel even op zich zal laten wachten.
filosofen komen op en gaan onder
laten licht achter, verbijstering en
voornamelijk onverschilligheid,
want er is gewoon werk aan de winkel:
de vijver moet geschoond,
het hooi gebundeld en dan blijft de vraag:
waar zijn alle vermisten gebleven?"
zo luidt een hoofdredactioneel artikel
deze week in het jolkapellertje.
het eindigt met de oproep
om niet te vergeten, om terughoudend
te zijn tegen vreemdelingen,
met name doorzichtige types te mijden
en zonder ophouden te blijven uitkijken
naar misschien wel engelachtige ontvoerders.
de naturisten
de laatste decennia is er
een wildgroei ontstaan aan goeroes die hun volgelingen
wat willen oppeppen, die leerlingen zoeken
die een steuntje in de rug nodig hebben
teneinde de lasten des bestaans
te leren omdopen tot levenslust.
sommigen van hen zweren als vanouds
bij eenvoud en terug naar de natuur,
zoals de ouden dat in de loop
der eeuwen praktiseerden
in hun eenzame-hutjesgemeenschappen
op de hei of in bos en veld.
dat een opeenhoping van idealisten veelal
-zeg maar:immer!- uitloopt
op allerlei vreselijke,
-en aangeboren voor de overleving
van iedere soort,
zeg maar gewoon noodzakelijke,
gevechten, spreekt achteraf voor zich.
ondanks de historische overvloed
aan tragische misverstanden,
jaloerse geschiedenissen,
mislukkingen, uit de hand gelopen tweegevechten,
spreekt, altijd achteraf gezien, voor zich.
ondanks de historie, die aan belangstelling inboet
vergeleken met de brandende drang van het heden,
poppen de verloren idealen
van veel vergane voorgangers
bij tijd en wijle weer op
in nieuwe jasjes, of juist ook zonder.
want ook het afleggen van wat
met name ook een prachtvermomming
is gebleken voor niet zo geslaagde
of zich niet mooi groot sterk genoeg wanende
types, is een serieus ideaal
van voornamelijk manlijke leiderstypen.
vrouwen geven vaak de voorkeur
aan gedeeltelijke vermommingen
of accentueringen, die ook
wat oogstrelender zijn voor alle geslachten.